Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7:22

aan het stellen in het priesterambt vooraf. Melchizedek was eerst koning van Salem, dan priester van den Allerhoogste, zie na vs 3. In ons vers is het er om te doen te laten zien, dat, wat Jezus ontvangen heeft, vgl. 5 : 5, onveranderlijk is, omdat God het Hem bij eede gaf. De litotes ov ;(toQiq is gekozen, omdat uitgaande van het Aaronietische priesterschap zonder eed het gewone is. De schiijver onderstelt weer, dat alle lezers toegeven, datjezus volgens Ps. 110 bij eede priester werd, eveneens, dat men weet, dat de Aaronieten zonder eed tot het ambt kwamen. Toch wil hij zorgen, dat allen goed weten, waarom het gaat en wat hij meent, vandaar even een tusschenzin ter verduidelijking. Oi niv yaQ, immers zij n.1. de Levietische priesters. De wet zegt niets van een eed, die hun gegeven zou zijn. Eio'iv yeyóvoxes moet hier zien op het optreden van het huis van Aaron als priesterlijke familie krachtens Goddelijke roeping, en zoo als het bij de roeping geschiedde, zoo bleef het beslissend voor allen, die uit dit huis priester werden. Zoo zijn ze het geworden heel den tijd, dat het priesterschap bestond, zooals het in de Schrift beschreven wordt, dit wordt door eialv ysyovótsq uitgedrukt, dat dus niet precies hetzelfde is als yeyóvaaiv, vgl. ook vs 23. Daarna wordt met ó óé aan Christus herinnerd en verklaard, dat Hij blijkens Ps. 110 bij eede priester is. dia zov Xéyovzoq, <fia duidt aan, dat het er niet zoozeer op aankomt, wie sprak, als op wat er gesproken werd, d. w. z. dat het bij eede ging, moet hier uitkomen, i.éyovzog, God spreekt nog steeds Tn den Psalm, vgl. ook 4 : 7 en 5 : 6. Avzóv, Jezus. Het citaat wordt thans uitvoeriger gegeven dan vs 17. Er staat ook bij üfioaev y.v'jioQ, waarop het nu aankwam, vs 17 niet. Kal ov fisTafifXrjS-rjOezai, laat zien, wat het beteekent, dat God zwoer. Ook 6: 17 en 18 heeft reeds gewezen op de groote beteekenis van een eed Gods. De eed aan Abraham en de eed in zake het priester worden van Christus hooren bijeen, betreffen in den grond dezelfde zaak: de gemeenschap met God. Hier gaat het om een eed aan Jezus gezworen, maar in zake Zijn priesterschap, het priesterschap bindt Hem aan Zijn volk. De bedoeling van den eed is duidelijk. De Schrift spreekt wel eens van het berouw Gods, hier zal zulk een berouw niet komen. Jezus blijft priester naar de orde van Melchizedek; op een ander kan het niet overgaan, vs 24.

22. Omdat Jezus bij eedzwering priester was, stond Hij hooger dan Aaron. Hij was xQeizzatv. In die mate was ook de öiath'jxij XQsixzov, waarvan Hij i'yyvoq was. AiaSi)y.?i, dat in den brief zulk een groote rol speelt, komt hier het eerst voor. Gelijk meer, noemt de schrijver een onderwerp, waarover hij in den breede zal gaan spreken, eerst even als terloops. Aia&rixri is een eenzijdige verordening bepaald een testament. Dat dit ook de zin is, waarin Hebr. het woord gebruikt, blijkt

Sluiten