Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8:2

naast het abstracte fisyaXatavvij en waardoor ondersteld is, dat de hoogepriester ook zelf een troon inneemt1). Voor fieyaAatOvvri, als aanduiding van God, zie bij i : Ev volg ovQavoiq, duidelijker dan i : 3 wordt nu de plaats genoemd, waar de hoogepriester zijn werk verricht. Dit was noodig met het oog op het vervolg. Deze plaats is voor het hoogepriesterlijk werk van alles overtreffend belang en de majesteit, waarop èv viprikolq 1 :3 wees, komt daardoor voldoende uit. Zie ook Ef. 4 : 10; Hebr. 4 : 14. De pluralis ovQavoi spreekt van de heerlijkheid van den hemel, vgl. § 196, 2.

2. Nam vs 1 op, wat reeds in de inleiding van den brief was gezegd om er aan te herinneren, dat die heerlijkheid inging, nadat het werk op aarde was volbracht, vs 2 gaat het karakter van het priesterlijke werk in de heerlijkheid beschrijven. AeizovQyóq is dienaar, soms zelfs werkman, maar het woord doet denken aan een dienaar, die iets doet gesteld in het ambt, geroepen door meerderen, (vgl. de lexica s. v., m. n. Milligan). Daarom kan het woord hier voor een priester worden gebezigd, die als ambtsdrager, als geroepene zijn werk verricht. Trouwens de LXX gebruikt XeiTOVQyelr herhaaldelijk van het priesterambt, (vgl. voorts Luk. 1 : 23 ; Rom. 15: 16 staat keixovgyóv beeldsprakig naast ifQo vQyovvtcc van het apostolisch ambt, en ook Fil. 2:17 ziet Xeirovqyia beeldsprakig op het priesterambt). De plaats van XsixovQyóg in het zinsverband kan op meer dan één wijze worden bepaald. Men kan üv bij J-eivovgyog denken en vertalen: daar Hij was. Men kan ook overzetten: als dienaar, d. i. practisch: om dienaar te zijn. Wanneer men er op let, dat het zinsverband spreekt over de heerlijkheid van het hoogepriesterambt in den hemel, zal de laatstgenoemde opvatting de voorkeur verdienen. Twv uyunv, van de heilige dingen, kan verschillend worden verklaard. "Ayicc staat 9 : 3 voor het heilige. Het hier zóó op te vatten gaat bezwaarlijk, omdat van een tegenstelling tusschen het heilige en het heilige der heiligen geen sprake is. Er is echter alle grond om aan te nemen, dat de brief aan de Hebreen in den waren tabernakel in den hemel geen scheiding aanvaardt tusschen een heilige en een heilige der heiligen. Immers 9:8, 12; 10: 19 heet ayia de plaats, waar Christus den dienst verricht of waar de geloovigen door Hem komen. Trouwens, 9 : 24 en 25 (ciyiK naast avröv xov ovquvóv); 13: 11 is c'cyia de naam van de plaats, waar de Israëlietische hoogepriester met het bloed voor God verscheen. Ook het feit, dat er in den hemelschen tabernakel geen onderscheid is tusschen priester en

*) Hoewel &nóvog in Hellenistisch Grieksch nog wel voorkomt in de beteekenis van zetel, beduidt het toch in het N. T. steeds troon, vgl. Milligan, s. v.

Sluiten