Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 : 4

moeilijk worden aangenomen, want van ons voslv is het ysyovévcc« niet het doel. Maar evenmin is het er het gevolg van. We zullen een elliptische wijze van uitdrukken moeten aannemen: zoodat wij verstaan, dat. Veel verschil is er over de vraag, of uw met ysyovévai dan wel met cpaivo/uévov moet worden verbonden. Voor het eerste pleit: a) de woordorde, al moet toegegeven, dat op meer plaatsen de negatie, die bij het participium behoort, daarvan door een voorzetsel gescheiden wordt, Hand. 1:5; 2 Makk. j:2ÜA; b) het feit, dat het N. T. bij den infinitivus steeds /tri heeft, bij het participium ov of firi en hier ov kon worden verwacht, § 340; c) de gang van het betoog, het gewone is, dat we het zichtbare uit het zichtbare zien ontstaan, dat het bij het heelal niet zoo is, kunnen we alleen door geloof aanvaarden. Tb fikenófj-svov, wat we kunnen zien, de zichtbare wereld, die is niet ontstaan uit (paivó/ieva. De schrijver zegt niet èx (}Xejiofiévo>v, maar èx tpaivo/ièvojv, het laatste is sterker, want daartoe behooren niet slechts de dingen, die geregeld gezien worden, maar ook die van tijd tot tijd gezien worden, die verschijnen; de oorsprong der wereld ligt, in hetgeen absoluut krachtens zijn wezen onzichtbaar is. Wat dat is, wordt hier niet nader omschreven, het kan iets, het kan niets zijn. We denken naar Openb. 4: 11 het best aan den wil Gods, immers de gedachten Gods verschijnen in het geschapene, Rom. 1 : 20, de wil Gods wordt alleen in het geloof aanvaard.

4. Na den grondslag aller dingen komt de schrijver op de eerste gebeurtenis, waar het verschil tusschen geloof en ongeloof duidelijk merkbaar was. ID.eio)v ziet allereerst op de hoeveelheid, al is de beteek enis: beter niet uitgesloten, Matth. 6:25: 12:41 etc. De bedoeling kan zeer goed zijn, dat Abel meer bracht. Kaïn bracht van de vrucht des lands, Abel de eerstelingen, van Abel was wat hij bracht opoffering, van Kaïn niet (vgl. Gen. 4 : 7 LXX). Daarin openbaarde zich het verschil. Abel kwam tot die opoffering door het volhardend vasthouden aan den Heere, want niet in het meer of minder, maar in den grond, waarop het offer rustte, het geloof, ligt ten slotte het onderscheid. Bij Abel moet het geloof wel vooral v-xóozaais, tvjv èXniZ>o/tèv<t>v zijn geweest. Dat de niet geziene God bestond, geloofde Kaïn ook, ygl. Jak. 2 : 19. Maar Abel geloofde aan zonde en aan genade en bracht daarom het offer der eerstelingen, waarin hij het geheel den Heere wijdde. Daarmee ging hij in tegen het: Gij zult als God zijn, onderwierp hij zich den Heere. JJcega, § 194. /4i' {jq kan wat den vorm betreft, zoowel op niorie, als op &vöia slaan. In verband met vs 2, vgl. ook vs 7, zal het beter zijn te vertalen : door welk geloof Wanneer vs 2 staat èv Ttcvvf/, vs. 3 31 lorei en nu <fi' heeft dat zijn bedoeling. JJioxei

Sluiten