Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 : 24-26

Daardoor wordt duidelijk gemaakt, dat we met een bewuste daad te doen hebben, een vasthouden aan het waarachtige, al behoorde dat tot het ongeziene. Mak).ov è).ófievo$ schijnt dubbel, men bedenke echter, dat aiQtofiai Med. blijft van aiQiat en dus gemakkelijker ftaXXov bij zich verdraagt, dan ons kiezen. Mozes voegt zich in het geloof bij het volk Gods, ook al is bij dat volk voor 't oogenblik het kwaad, omdat dit volk blijvend kan staat maken op Gods gunst; het is het volk, dat de belofte heeft. Juist dit moest de Hebreen in hun toestand van verslapping, waarin ze gemakshalve maar liever met de wereld meegingen, bijzonder treffen. 'Afiagziccq ajtókavoiv, kan beteekenen: het genieten van de zonde, zoodat afiaqxias, is genet. obj. en: de genieting, die zondig is, zoodat ccfiaQTia$ kwalificeert. Al is het verschil niet groot, zoo is wellicht het laatste beter. De schatten enz. zijn niet zondig op zichzelf, maar ze worden zondig, als ze gebruikt worden zonder geloof, vgl. Rom. 14 : 23, als ze doen staan in de wereld en niet bij het volk Gods. Mozes moest kiezen : Egypte of Israël; koos hij Egypte, dan deed hij zonde, hij koos in het geloof Israël. Vs 26 heeft weer een part. aor. ingeleid door een compar. Zakelijk vallen ityrioa/utvog en èXó/ievoq samen, ze teekenen dezelfde overweging elk op een eigen wijze, daarom kan ook een copula ontbreken. Egypte had zeldzame rijkdommen, (wel opzettelijk staat Aiyvxvov voorop, om de d-rjoavQoi dadelijk te karakteriseeren), nu nog staan we versteld, over wat er in een graf als van Toet-Ank-Amen wordt gevonden. Maar er zijn grooter schatten. 'Oveiöiol«05 xov Xqiotov vestigt weer de aandacht op de belofte aan Israël gedaan. Israël is er om den Christus, Die naar het vleesch uit dat volk opkomt en op Wien de beloften in de eerste plaats zagen. Daarom ondergaat het volk in de uitnemende mannen van dat volk typisch allerlei, dat in Christus zijn volle vervulling vindt. Maar daarom raakt ook, hetgeen dat volk aangedaan wordt, den Christus. Wat Jezus in de nieuwe bedeeling Matth. 25 : 34 v'g- van de vromen in de nieuwe bedeeling zegt, dat geldt naar den aard der bedeeling ook van de oude. Israël lijdt, als het niet om zijn zonden gestraft wordt, maar als het, omdat het Gods volk is en afgezonderd leeft, door de volken wordt verdrukt, de versmaadheid van Christus. Die naam past op de verdrukking van de zijde der wereld, Christus zelf heeft deze smaadheid ten volle moeten lijden. Onze brief blijft zich op Oudtestamentisch standpunt stellen, daardoor wint zijn betoog aan kracht van bewijs in verband met het karakter van de lezers, vgl. 12:1 vlg. Maar hier ontvangen ze een duidelijke vingerwijzing, zooals er eerder al meer bedekte zijn gegeven, dat al deze dingen in verband met Christus moeten worden gezien, vgl. bij 12:2. Gelijk de tabernakel naar het werk van Christus heenwees, zoo staat ook Israëls

Sluiten