Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 . 32

is in de eerste plaats buigen, overgave, daarna lijdzaamheid, volharding, vgl. 3; 18 en 19; 4: 11. Van ongehoorzaamheid, ongeloof kan bij de inwoners van Jericho worden gesproken, omdat deze natuurlijk evenzeer als Rachab blijkens Jozua 2 : 9 vlg. waren geplaatst voor het woord en de daden Gods. Dat het bij Rachab niet was vrees, om te zijner tijd het leven te redden, blijkt uit haar belijdenis, Joz. 2:11: övi xvqio$ o &eö$ vfidiv S-sóq tv ovQavü) tïvut xal èxl rijg yijg xazo. Je§aftévq xtè. geeft aan, op welke wijze Rachab haar geloof openbaarde. De grootheid van haar daad komt te meer uit, als we ons herinneren, hoe gevaarlijk het moest zijn in dien tijd in een betrekkelijk kleine stad spionnen te ontvangen.

Zoo is een lange rij van helden des geloofs aan de lezers voorbijgegaan. En steeds is het bewijs geleverd, dat het geloof is, als vs 1, werd gezegd, dat het geloof daarom juist tot krachtige daden in staat stelt en loon met zich brengt. De Hebreen hebben zoo de kracht van het geloof gezien en werden opgewekt in hun periode van verslapping niet slechts te waken tegen afval, 3:12, maar positief te volharden. 32. Bij vs 32 houdt het meedeelen van individueele daden des geloofs op. Waarom juist hier, is moeilijk te zeggen, misschien omdat zelfs een slecht levende heidin was genoemd. Er waren in elk geval voorbeelden meegedeeld om te laten zien, dat het geloof inderdaad is, zooals het vs I werd omschreven, genoeg ook om de lezers te wijzen op de volharding, waarin groote dingen waren bereikt. Daarom kan Hebr. nu volstaan met eenige namen te noemen van bekende mannen, volstaan andeierzijds met de herinnering aan verschillende algemeen bekende heldendaden, die bewezen, dat het heel de geschiedenis van Israël op dezelfde wijze was doorgegaan. De opsomming zou, werd ze op denzelfden voet, als tot dusver, voortgezet, al te lang worden. Trouwens de lezers weten voldoende, wat de schrijver op het oog heeft. Enkele voorbeelden zullen hen herinneren, dat er nog veel meer is, ze kunnen die voorbeelden nu zelf wel verklaren. Aéya>, coniunct. deliberat., § 273> a' 4> wat moet ik nog meer zeggen? Het futur. iniJ.fitpei zal als potentialis moeten worden opgevat, § 273, b. 1 *), de ti]d zou mij gaan ontbreken, ah ik ging verhalen. Een soortgelijke uitdrukking 13 : 22, men kan op onze plaats aan een rhetorische wijze van zeggen denken 2), waarmede de schrijver een overgang maakt in het betoog. De geloofsdaden van Gideon, Barak, Simson, Jephta, David en Samuel zijn bekend genoeg.

*) Misschien hebben we in 1-TtiXstipEL te zien den nazin van een eventualis, waarvan de voorzin ligt in dir,yov[i£vov.

2) Vooral omdat een dergelijke wijze van uitdrukken niet ongewoon is. Zie verschillende voorbeelden bij Moffatt. De plaats van è '/yóvog valt op.

Sluiten