Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13:20—21

weer in orde komen van de verhouding, die door de verslapping der Hebreen er niet beter op geworden was. Men kan denken aan een weer bij de Hebreen komen. Voor de laatste opvatting pleit vs 23 slechts schijnbaar, immers daar staat, dat de schrijver hen zien zal (oxfjofiai); er wordteen voorbehoud gemaakt, dat ook weer in meer dan één zin kan worden opgevat, zie bij vs 23, en dat niet per se de zekerheid van het óipofiai te niet doet. Het is ook mogelijk beide beteekenissen te vereenigen: weer in de oude verhouding tot u komen door een bezoek aan u. Wanneer we in verband met den zin met yd(j, jzqogs }■ door bidt aan hebben vertaald,

dan pleit dat er voor om üxoxara0va9-a> weer te geven: in de oude verhouding gebracht worde, immers, het is°dan niet zoozeer een bidden om iets te ontvangen, maar een aanbidden over den schrijver (jisqi vs 18), welk bezig zijn met hem leidt tot herstel der verhouding. De beslissing is moeilijk, o. i. pleit altijd nog iets meer voor: in de oude verhouding gebracht worden. In dat geval is uit den brief zelf duidelijk, wat daaraan ontbreekt. Vertaalt men teruggegeven worden, dan is er iets, ons onbekend, dat den schrijver belet op reis te gaan. Te komen hoopt de schrijver in elk geval, zie bij vs. 23 en de noot aldaar. Gevangen zal de schrijver niet zijn. Niet alleen spreekt de brief daar niet van, maar de wijze, waarop over Timotheus geschreven wordt, maakt het vrijwel onmogelijk, dat aan te nemen.

20, 21. De zegenbede aan het einde hangt weer samen, met hetgeen in den brief staat geschreven. Nadat de auteur gebed en aanbidding aan de lezers gevraagd heeft, zendt hij ze voor hen op. Eigi/vrj herinnert niet zoozeer aan 12 : 14, het zal eerder naar Ef. 2 : 14 vlg. zijn te verstaan, vgl. 1 Thess. 5 : 23. Onze brief heeft als voorname vermaning het ïiQoöeQxótfieS-a, 10: 22 en Ef. 2 : 18 lezen we tijv jiQooaywyijv j[qö$ xov itccrïq<x. Op deze plaats wordt God als bewerker van den vrede genoemd, maar ook hier wordt het werk van Christus uitdrukkelijk vermeld. God laat tot zich naderen in Christus. Op ^ oneenigheid in de gemeente, die verdwijnen moest, zal eiQtjvri niet doelen, de brief spreekt daarvan niet. Het gaat om den vrede, dien God geeft in Christus. Ook in deze zegenbede gebruikt de schrijver weer Oudtestamentische uitdrukkingen. Jes. 63: 11 lezen we: Ttov o ava^i^aoas, sx rijg »aXdaarjq töv xoifiéva x<bv jtqopdzojv. De LXX verschilt hier nog al van den Massoretischen tekst, met itoifir^v zal Mozes zijn bedoeld, de Middelaar des ouden verbonds. God heeft Jezus, den grooten herder, die herder blijft, 13:8, legev^ fityccq, 10 : 21, niet slechts uit de Roode Zee, maar uit de dooden opgevoerd, heeft Hem doen opstaan uit het graf, Rom. 10.7» Misschien, ziet ctvccyctyojv tx vsxqójv bovendien op de hemelvaart. De naam .toifxiiv kan in verband staan

Sluiten