is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook van hem geldt, dat, als hij den brief had geschreven, we zouden verwachten, dat hij zich in het opschrift als apostel had aangeduid en verder, dat de toevoeging: zoon van Alfeus niet had ontbroken 1).

Van Jakob/s, den zoon van Alfeus, weten we niet, wanneer hij gestonran is. Zoo is het mogelijk geweest, dat men .op andere plaatsen in het Nieuwe Testament, waar een Jakobus wordt genOTmd, gemeend heeft dezen terug te vinden. Bepaald is hij vereenzelvigd met den broeder des Heeren, wiens naam we lezen Hand. 12:17; 15 : 13; 21 : 18; I Kor. 15:7; Gal. 1 : 19, waarbij dan aangenomen wordt, dat op al deze plaatsen dezelfde persoon is bedoeld, die op de laatste cc<feX<pd$ xvqiov heet. Zoo was blijkens Euseb., Hist. Eccles., 2, 1, 5 reeds het oordeel van Clemer.s Al. 2). Deze vereenzelviging is echter onmogelijk. Vooreerst loopen de toevoegingen zoon van Alfeus en broeder des Heeren naast elkander, d. w. z. niet alleen kan uit geen enkele plaats de identiteit worden afgeleid, maar de verschillende bijvoegingen geven juist den indruk, dat ze dienst moeten doen om verschillende Jacobi te onderscheiden. Wanneer 1 Kor. 15 eerst een tegenstelling wordt gemaakt tusschen Cefas en oi óótóexa, tot wie Cefas behoorde, en daarna tegenover Jakobus niet weer oi ö<óótx(c doch oi iixóozoXoi xcivrsq wordt gezet, dan pleit de waarschijnlijkheid er voor, dat Jakobus niet tot de twaalf behoorde. Wanneer Gal. 1:18 staat, dat Paulus Petrus ontmoette en vs 19 volgt ê'ttqov ét tojv hxoözóImv ovx eidov, si /urj 'idzwpov róv aóektpöv xov xvqïov, dan kan ei fiïj alleen door: maar wel worden vertaald, immers anders moest Jakobus naast Cefas staan en dus is de conclusie, dat Jakobus, de broeder des Heeren, niet tot de apostelen behoort. Dat ft firi de beteekenis maar wel hebben kan, op grond van Luk. 4:27; Gal. 2: 16 (èdv); Op. 9:4; 21:27, staat vast, het verband moet beslissen. En zelfs als

1) Dat elke nadere toevoeging onnoodig was, omdat er na den dood van Jakobus, den zoon van Zebedeus, nog slechts één over was, is niet vol te houden, 1) omdat Jakobus, de zoon van Alfeus, niet de broeder des Heeren kan zijn geweest en 2) omdat de toevoeging apostel niet dient ter onderscheiding, maar om het gezag aan te geven van hem, die schrijft. Dat SovJ.og eigenlijk hetzelfde zou zijn als apostel en technisch of ambtelijk moet worden opgevat, is met het oog op Rom. 1 : I etc. niet vol te houden. Dit tegen J. E. Belser, Einleitung N. X., 1905, li). 638 vlg.

2) Immers Clemens kent slechts twee Jacobi, den rechtvaardige, die van den nok (des tempels) geworpen en met een voldershout doodgeslagen is en dan den onthoofde; de eerste is wel met Jakobus, den zoon van Alfeus, te vereenzelvigen. Of Eusebius het met aat laatste eens is, is de vraag, hij zegt het althans niet met zooveel woordeD, wel zegt hij dat de Rechtvaardige xov 'lcaa!]<f lii-jófiuato nalg en acht hij hem Gal. 1:19 bedoeld. Hegesippus kent itoXXoi 'Iaxcofioi, Euseb., Hist. Eccles., 2, 23, 4.