Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2: 15-17

van totaal andere orde, dan de tQya. Om de laatste is het te doen, maar in owoai toont Jakobus het geloof nog van een andere zijde, het brengt de zaligheid, vgl. Matth. 7:21; 21 : 29. En dat is ten slotte de hoofdzaak, want als Jakobus kort en krachtig zeggen wil, het is geen echt geloof, dan schrijft hij: het kan niet (fiii dvvaxai, § 364) zalig maken. Dat is het, wat het geloof bovenal doet, waardoor zijn waarde wordt bepaald, waardoor gezegd wordt, wat het geloof is en wat niet. Daaruit blijkt reeds, dat Jakobus de nioriq niet principieel anders ziet dan Paulus, wel dat hij een andere zijde van de xiotiq gebruikt in verband met het doel van zijn schrijven, ook in verband met het bijzonder karakter van de Christelijke prediking in haar eerste periode. De xLgtic, is ook voor Jakobus het fundamenleele, wat iemand tot Christen maakt. 15, 16, 17. Weer een in den eventualis gestelde zin, die ons een geval noemt, een voorbeeld evenals vs 2, maar ook hier moet het geval of zijn voorgekomen of zeer dicht liggen, bij hetgeen is gebeurd, anders mist het kracht van bewijs. Andererzijds moet toegegeven, dat het voorbeeld thans veel algemeener is dan dat van vs 2 vlg., waardoor het verder van de werkelijkheid af kan liggen. Het voorbeeld is er niet een van geloof zonder werken, maar van vriendelijk spreken zonder vriendelijk handelen, 1 Joh. 3:17, laat dan in het algemeen de beteekenis van het handelen zien, vgl. treAetcuö-//, vs 22. In zekeren zin kan men dus beter van een vergelijking dan van een voorbeeld spreken. Liefde zonder daden beteekent niets, evenmin geloof zonder weiken. 'A<fs).<fdq /}

zonder lidwoord, vooraan. Het gaat om de kwaliteit. Het erge is, dat iemand een broeder of zuster zoo behandelt. Tv/xvoi, gebrek hebbend aan kleeding. 'E(ftjfitQov wijst aan, dat de nood groot is, öf door te spreken van het dagelijks terugkeeren van den nood, öf door te zeggen, dat ze zelfs voor één dag niet hebben, wat ze behoeven *). Ti$ avrolg vfiwv, de woordorde valt op, misschien staat vfiüv achteraan, opdat daarop de nadruk zou worden gevestigd. Txuysre kv siQ^vy, een schoone zegenwensch, maar die elke waarde mist, als men het heengaan in vrede onmogelijk maakt, het een woord is, dat gemis aan liefde verbergt. De tegenstelling met het optreden van Jezus tegenover de bloedvloeiende vrouw, Mark. 5 :34 is dan wel groot. Vgl. ook Richt. 18 : 6; 1 Sam. 20: 42; 2 Sam. 15 : 9; Hand. 16:36. Zoowel S-eQficcivat, eigenl. heet maken als /oorccZdj, eigenl. van gras voorzien treft. Men neme de verba niet mediaal (warmt u zelf, zoekt zelf voedsel) omdat men dan niets behoefde te zeggen, maar passief, waardoor uitkomt,

Het is mogelijk, dat hier een herinnering aan de viere bede wordt gegeven. Vgl. in het algemeen Matth. 6:31. Eigenaardig merkt Dibelius op, dat noch daar, noch hier over gebrek aan woning wordt gesproken.

Sluiten