Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4: 9-10

sprake, er is dus ook innerlijk verband 1). Uit het jagen naar gemak uit het booze begeeren komt zonde op. Reinigen van de handen, (uitdrukking herinnerend aan de ceremonieele terminologie), omdat ze tot bevrediging van de ijóovcci booze, onreine daden deden, vgl. vs. 1 vlg. Op zuiverheid legt Jakobus telkens nadruk, 1:27; 3:17 etc. Achter de booze daden ligt het booze hart, dat moet in de eerste plaats gezuiverd. Jiipv^oq zal in dit verband bepaald ook zien op het heen en weer geslingerd worden tusschen God en de wereld, waartegen vs 4 waarschuwde. Voor hetgeheele vers zie Ps. 23 (24): 3 •

72 (73) = 13- We hebben hier bij Jakobus echt Oostersche uitdrukkingen.

9. Ook de opwekking r«;.«t.Ta>9^ö«re y.xt staat met andere plaatsen in verband. We worden herinnerd aan 1 : 9 vl<*. maar vooral aan 5 : 1 vlg. Jakobus spreekt tot de leden der gemeente ongeveer dezelfde woorden, als tot de rijken buiten de gemeente, juist omdat de gemeenteleden naar de wereld uitgaan Sterk is de drievoudige opwekking, ze dringt aan op smart hebben, eerst zich ellendig gevoelen 2), dan verdriet toon en, natuurlijk vanwege de zonde (die van wereldzucht m. n.). Het is het zich vernederen voor God (vs 7) na het bedreven kwaad, 2 Kor. 7 : 10, of anders als bij de goddeloozen het huiveren voor het oordeel. Van ascese is in dit en in het volgende hoofdstuk geen sprake, die is alleen daar, waar op zichzelf niet noodzakelijke dingen worden gedaan of geoorloofde vrijwillig prijsgegeven. Ilev9flv xal xi.aitiv, 2 bam. 19: 1- Neh. 8: 9^(juist het tegendeel); Mark. 16:10; Luk. 0:25; Openb. 18: 15 en 19. Vs 9 staat in denzelfden toon als vs 8. Ttl.wq, de uiting van vreugde, moet veranderd mxtvOoc, de innerlijke smart; de ya.ja de innerlijke blijdschap in y.ctTwein, neerslachtigheid, de openbare droefheid. Jien soort chiasme, dat echter den logischen gang aangeeft.

roefheid naar God moet de plaats innemen van behagen in de wereld. Of Jakobus ook daarin de gemeente met de rijken buiten haar gelijk stelt, dat hij hier het oog heeft op net i : 10 vlg. en 5 • 1 vlg. geschrevene over de smart, die den rijke treffen zal, als zijn rijkdom vergaat, is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk is het niet. Goederen, die ze verliezen konden, bezaten de lezers niet. Met het oog op het voorafgaande zullen we eerder moeten denken aan breken met de wereld, smart over de zonde.

10. Als meer geeft Jakobus een soort slotsom, waarin hij

Matthn bi' ^V;'n"e''en zyn dfiagTcoXoi de openbare zondaren, zie Komm.

2) Het ietwat vreemde, dat gehoord kon worden in een imperativus: gevoelt u ellendig, verdwijnt als men den aoristus ingressief neemt: gaat u etc.

Sluiten