is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5:6

Kazedixaoaxe, ge hebt (ten onrechte) veroordeeld. De rijken,

de menschen van invloed, zaten in de rechtbanken. Nu moet

elke rechter op zijn tijd veroordeelen. Maar het verband leert

dat de tijken het ten onrechte hebben gedaan. En de armen

hadden de macht met zich te verzetten of hun recht te laten

gelden Ze werden met veroordeeld, omdat ze arm of omdat

ze rechtvaardig waren, maar omdat de rijken zich zelf zochten

te bevoordeelen. Ook als men zöv óixaiov niet als object bij

xaxeóixaaaxe neemt, dan moet het toch de beteekenis van

dit woord in het verband nader toelichten. Als naast xaxe-

2 fHaat ^ovevaare zbv óU«loV, kan men dat moeilijk

SLr Cni ^at u6' onrecht> dat de rijken den armen daglooners aandeden, hun inhouden van het loon enz., moord

"IfT ' ™ar duenken we beter aan gerechtelijke moorden. Door den rechter wil men den rechtvaardige*),

en 'doodP^T ^ Ü ü 1er ChristeliJke kerk, veroordeelen dooden of men deed het zelf als rechter. Vgl. aan de

2 \ ,en, aan de andere 4 = 2 en de op die plaatT v ° geve,n toe'lchting. Algemeen, zonder coniunctie besluit Jakobus ovx avriracotrat vair. Juist daarom zal men het

rkPn ?nPerS°Un j kunnen nemen: er is geen tegenstand, de rijken stuiten op geen verzet, niemand durft hen aan, daarom nnen ze ier op aarde en voorloopig — ongestoord hun gang gaan. God treedt hun voorloopig ook niet in den weg 2)

N Jak°bus ze8t den rijken over hun zonden, waaronder de Jeden der gemeenten zwaar hadden te lijden, tot troost der gelooyigen het oordeel aan. Uitgaande, van wat nu in tijd te zien is, gunt hij de gemeente een blik in het

l) Het is niet noodig dUuiog bepaald te verstaan in den zin van

Tuist'omd.?he; die ^ We\G0dS V°lk0meQ en met ™ ^rt houdt! band ^denken *«•*«««™ staat, ligt het veel meer voor de

blijkt te zifn D IemaDK Üle V°°r deD rechter komende onschuldig ijkt te zijn Daarom is het evenmin noodig te denken aan den titel

«ETS °, c"Phcts> dlen Jakobus zelf volgens Hegesippus bij Fuseb H st. Eccles., 2, 23, 7 droeg. Evenmin staat er inderdaad, dat met rbv hxcaov de Christenen zijn bedoeld. Men moet dit dan ook niet «w afleiden uit plaatsen als Luk. 23:4;; Hand. 3:14; 7;r2.

Taknh' M 1 JT' minder mag uit deze plaatsen opgemaakt dat

Jakobus denkt aan Christus zelf (de rijken zouden mede schuldig staan aan de zonde der Joden), dat past niet in het verband, en deze zonde , P d den "jken ten laste worden gelegd. Het is zóó dat

" mets anders beteekent, dan die voor het gerecht onschuld^

S!f aciii - sr