is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Jakobus zelf oordeelde hier zijn laatste reeks vermaningen te beginnen. De onmiddellijk voorafgaande wordt gerekend als conclusie bij 5: I —6 te behooren. lino jtdvrotv krijgt dan de beteekenis, dat van de laatste korte vermaningen, die Jakobus nog te geven heeft, (vgl. ook het iets nieuws inleidende a<feA<poi), doch die hij niet nader uitwerkt, omdat de toestand der lezers dat met eischt deze tegen het zweren voorop behoort te gaan als de belangrijkste. Daarmee is dan tevens gezeo-d, dat we met naar verband met het vorige moeten zoeken. ° Trouwens het wel aangegeven verband: zucht niet tegen elkander,maar omt vooral niet zoo ver, dat ge er bij zweren gaat (Von Hofmann), is niet aanwezig. Evenmin kan men ö/uvvetv nemen als Spr. 30: 9 (LXX 24 : 32), vloeken van God. Ons vers her-

èvenriteH duidelijVa?. «atth. 5:34-37, dan dat we Jet evenals daar aan het lichtvaardig zweren in het dagelijksch leven zouden moeten denken, gelijk dat bij Joden zoo vaak voorkwam en nog voorkomt 1). Daarop wijst ook val val ov ov. Als Jakobus hier schrijft aan gemeenten, dan ziet deze ver-

^ena f, de ^orl8e en de volgende op het onderling verkeer. Over de verhouding tot de overheid spreekt hij niet! Van den gechnstianiseerden staat is trouwens nog geen sprake MVzs rov OVQCCVOV nnxs xtjv yijv, omdat dat toch in den

grond der zaak een zweren bij God is, of voor ongeldig werd „eacht, vgl. Matth. 5 : 35. AD.ov riva Öqxov, een eed bij iets

^ ' ?at n'et Senoemd w°rdt het zweren bij God zelf, kan daarmede samenhangen, dat men het niet deed 2)

, ' m hetL.^" T- doorgaans törto. De volgende woorden worden verschillend vertaald, al is over de beteekenis fei-

J' Z.°,Dden der bestrafte Jakobus reeds 1 : 19 vlg.; 3 : r vlg Voor Ml I bl '7ST VJ de,J°den' Zie ^trac'{ Billerbeck óp ilatth. 5 34

JW Strack-Billerbeck, I, bl. 330 vlg. De bedoeling is in geen geval, dat zweren bi, den „aam Gods wel geoorloofd was, dat verWedt hiterlt TLVU Yerboden te8en het zweren ontbreken in de Joodsche

beek a l Ree,kles P Ten ^ May°r' R°peS' Dibe,ius' Stack-BUlerbeek, a l. Reeds Sirach 23:9_Ii. Toch draagt het verbod van [ezus

en van Jakobus een ander karakter, men zie E. Bischoff Tesus und die

Dat Taïoih T' "* ^ verder Komm. MattVTbl 64 vt

Dat Jakobus hier waar bij b.v. Sirach had kunnen aanhalen, een woord

„T Sterk tege" de dat jakobus

eigenlijk een Joodsch geschrift zou zijn, vgl. bl. 422 vlg. Dat Takobus

^r"1" met COnStrUeert als ^atth., doch niet den accus is een

tot obkctemakennT S°*W Daard°°r kaD hii nu ^ooy.ov

m, r maken, een object van andere orde dan ovnavóv en \r,„

arhriT-TÏÏ hl6r' m' D"iD het tweede lid het vers, een gebod tot w^r wordf6 ; S'aat 6Chter niets- n!et de meineed, maar de dITed

van hefVel deD' Vandaar dat we ook niet als Dibelius een onderscheid an beteekenis zien tusschen het eedverbod uit de Bergrede en onze plaats.