is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veld. Allerlei verschijnselen, die aanvankelijk zeer eenvoudig leken, blijken bij nader inzien oneindig gecompliceerd te zijn. Omgekeerd, tusschen allerlei verschijnselen die aanvankelijk los van elkaar schenen te bestaan, wordt innige verwantschap opgemerkt. En uit dat alles wordt dan geboren de diepe bewondering voor het wonder der ziel, die in al haar rijkdom door de Almachtigen Maker gedacht en geschapen is.

Daarmee is echter de roeping der zielkunde nog allerminst volbracht. Nadat ze de verschillende verschijnselen van elkander onderscheiden en tegenover elkander begrensd heeft, rest haar nog de plicht, te zoeken naar een diepere eenheid die dat alles samenbindt. In de ziel is immers wel een wereld van onderscheiden functies en verschijnselen, maar er is in niet mindere mate een eenheid, een hoogere synthese, waarin al die uiteenloopende functies verbonden zijn. Dat er in de ziel een eenheid is, is iets dat wij elk oogenblik gevoelen en beleven, wanneer wij van „ik" spreken, maar hoe, in welke mate en op welke wijze die eenheid er is, is menigmaal zeer moeilijk te begrijpen en uiteen te zetten. Daarom is het dan ook dat de zielkunde niet alleen tot taak heeft de analyse der zielsverschijnselen, maar ook de synthese, de bestudeering van den dieperen, innerlijken samenhang.

Dat is om die reden te meer noodzakelijk, omdat in den loop der geschiedenis het bestaan van de eenheid in het zieleleven vele malen ontkend geworden is. Men. heeft ze willen wegcijferen, en is meermalen in een verwarrende beschrijving der verschijnselen blijven steken. Men heeft alles naast elkander gelegd, maar heeft verzuimd te wijzen op den architectonischen bouw van het zieleleven, op den eigen stijl, op de wezenlijke eenheid die in de persoonlijkheid gegeven is. Dat 'was de „zielkunde zonder ziel," zonder ik, zonder synthese. En deze zielkunde dreigde zich al verder te verwijderen van het dagelijksch leven, te verdwalen in theoretische bespiegelingen. Want als er één zielkundig feit voor ons allen van het begin af aan vast staat, dan is het dit, dat het een „ik" is dat waarneemt en denkt, dat zich herinnert en voelt en wil, dat leeft en sterft en dat onsterfelijkheid, kan aandoen. Elke psychologie die dat feit ontkent of zelfs maar verwaarloost, verliest het contact met de werkelijkheid.

Het ligt in den aard der zaak dat in dit samenvattende deel der psychologie de principieele vragen aan de orde komen. Daar moet een antwoord gezocht worden op het probleem der persoonlijkheid, der individualiteit. De vraag naar de organisatie van ons zieleleven en zoovele andere eischen daar onze aandacht.

Eerst dan is het mogelijk af te dalen tot de verschillende toepassingen der zielkunde. Dan kan een overzicht gezocht over de verschillende zielsziekten, en onderzocht hoe die samenhangen met karakter, physiek, temperament. Zoo houdt de Psychologie nauw verband met de Psychiatrie. De gegevens der zielkunde kunnen worden toegepast in de Paedagogiek, en gebruikt om tot overeenstemming te komen met betrekking tot de' beste methode van opvoeding en onderwijs. De zielkunde kan voorts worden toegepast op het practisch bedrijfsleven, bij het uitzoeken van voor bepaalden arbeid geschikte krachten, of ter beantwoording van het vraagstuk der beroepskeuze (Psychotechniek). Of wil men nog andere