Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pneuma (de geest), indien wedergeboren door het goddelijk Pneuma als het beginsel van het nieuwe leven moet worden beschouwd. Maar hieruit mag men nooit afleiden dat de zonde aan het vleesch, of aan de psyche op zichzelf noodzakelijk verbonden is, integendeel, pneuma, psyche en lichaam moeten onberispelijk bewaard worden (1 Thess. 5 : 23). Het kwade wordt dus nooit gesubstantiveerd, geprojecteerd in de stof, maar altijd beschouwd als een verkeerde levensrichting, waaraan èn geest, èn ziel, èn lichaam onderworpen zijn.

2. Een tweede, uitermate belangrijke gedachte, die de Schrift ons geeft is die van de functioneele neutraliteit. Hieronder verstaan wij dat geen enkele functie op zichzelf beschouwd mag worden als iets minderwaardigs, of als de zetel van het kwade. De Grieksche oudheid was geneigd om b.v. het begeervermogen ver achter te stellen bij de rede. De rede was als het ware de burcht van het goede, tegenover de wilde aanvallen der begeerte. Een dergelijke houding is aan den Bijbel ten eenen male vreemd. Op zichzelf zijn alle functies: kennen, voelen en begeeren, kostelijke gaven Gods. Ze zijn nu alle door de zonde als het ware ontwricht en in hun normale functie geschaad. Ons kennen is gebrekkig, ons verstand is verduisterd, onze overleggingen en onze wijsheid zijn verdwaasd geworden. Er zijn bepaalde, uiterst gewichtige dingen die de onwedergeboren mensch zelfs niet eens kan zien (Joh. 3 : 3), laat staan begrijpen en onderscheiden (1 Cor. 2 :14). Ons voelen is onzuiver geworden, vergrofd en bedorven, wij vinden vreugde in dingen die ons ten ondergang brengen. En ons begeeren is verontreinigd. Maar de zonde mag met geen van onze functies vereenzelvigd. Er kunnen zeer edele begeerten opwellen in een hart, een verlangen naar Gods voorhoven, een begeerte om God te dienen. Er kunnen zeer fijne ontroeringen trillen in het gemoed, de ontroering van berouw, van droefheid naar God, van blijdschap in Gods nabijheid, er kunnen zeer verheven gedachten gekoesterd worden door den geest! De zonde schuilt niet in een bepaalde functie, want alle functies zyn op zichzelf schoon en edel, maar de zonde heeft de menschelijke ziel als geheel aangetast en dus ook alle functies bedorven. Door deze dingen aldus te stellen, staat de Bijbelsche psychologie lijnrecht tegenover het verstands-optimisme van de Grieksche oudheid. Ook ontkent zij de mogelijkheid om door verheldering van het begrip den mensch innerlijk te vernieuwen. Zij is wars van alle intellectualisme en rationalisme, zij spreekt openlijk uit dat er bepaalde dingen in de menschelijke ziel zijn, die maken dat zij de duisternis liever heeft dan het licht (Joh. 3 :19), dat zij tot de waarheid niet komen wil (Joh. 8 : 40). De scherpe onderscheiding die de Schrift overal maakt tusschen het functioneele en het zedelijke is een van de meest gewichtige beginselen voor de Christelijke psychologie. De functies zijn op zichzelf goed, maar de zonde heeft ze alle in een verkeerde richting gestuwd.

3. In de derde plaats geeft ons de Schrift, eeuwen voordat het zielkundig onderzoek daaraan toe was, onderricht over het onbewuste in de menschelijke ziel. Het zijn van de ziel is veel omvattender en veel rijker dan wat in het bewustzijn weerspiegeld wordt. Daarom kan de dichter, moe van alle zelfonderzoek, zijn ziel voor God open leggen, en Hem bidden: doorgrond mij en ken mijn hart, beproef mij en ken mijne ge-

Sluiten