Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekkelijke doelmatigheid. Wel kunnen zij natuurlijk in bijzondere omstandigheden wel eens juist zeer ondoelmatig wezen. In de meeste gevallen echter zijn onze reflexen buitengewoon practisch en nuttig.

Het groote voordeel van de reflexbewegingen is hun onbegrijpelijke snelheid. Nauwkeurige proeven op dit gebied genomen gaven treffende resultaten. Zoo hebben wij, wanneer dicht voor ons oog plotseling een electrische vonk overspringt, de neiging om met ons oog te knippen. Toen nu de tijd tusschen het verspringen van de vonk en de eerste beweging van het ooglid gemeten werd, bleek die niet meer dan 0,217 seconde te bedragen. Bij het meten van andere reflexbewegingen werden soms zelfs tijden van 0,058 seconde waargenomen, wel een bewijs hoe bliksemsnel zulke reflexen kunnen intreden (Proeven van Exner). Juist die groote snelheid is het die aan de reflexbewegingen zulk een onschatbare waarde in het dagelijksch leven verleent. Hoe menigmaal zijn het bij het fietsen of loopen over een drukke straat niet de reflexen die ons als het ware het leven redden!

Dat bij reflexbewegingen de hersenen niet betrokken zijn, bewijst een eenvoudige proef, welke tot de gewone laboratorium-onderzoekingen behoort. Men neemt uit een kikker de hersenen weg en strijkt azijn of iets dergelijks over den rug; in snel tempo beginnen de pooten over den rug te wrijven.

Wanneer in een beweging de subcorticale centra betrokken zijn, en vooral wanneer de groote hersenschors zelf erin gemoeid is, draagt zij een meer bewust en gewild karakter. Wel duurt dan ook de tijd tot het te voorschijn roepen van de beweging langer, maar daar staat tegenover dat dan een grootere mate van volkomenheid ook verwacht mag worden. Dan eerst krijgen wij immers te doen met de zielsfactoren, met de sterke drijfkrachten die in de ziel gevonden worden. Dan is het het overleg dat meespreekt, de aanpassing aan dit bijzondere geval die van invloed is. Dan houdt de regelmaat op en begint de telkens weer nieuwe en frissche reactie op de momenteele indrukken.

Een eigenaardig verschijnsel bij het zenuwstelsel is de (beperkte) mogelijkheid van vervanging. Wanneer een gedeelte van het centrale stelsel geschonden is, kan een ander deel de desbetreffende functie overnemen (Principe der restitutie). Deze restitutie is bij de lagere centra, ruggemerg en aansluitende deelen, grooter dan bij de hersenen, bij lagere dieren grooter dan bij den mensch. Wundt heeft daaruit afgeleid dat de zenuwen oorspronkelijk geheel indifferent zijn, d.w.z. dat elke zenuw tot elke functie in staat was.

Daarmee hangt dan tenslotte nog samen de mogelijkheid tot ontwikkeling van de neuronen. Zij zijn voortdurend groeiende, gaan achteruit wanneer hun gebruik verwaarloosd wordt, kunnen zich steeds fijner ontplooien, naarmate zij meer gebruikt worden. In het algemeen kan men dan ook getuigen dat hooger ontwikkelde menschen en volken een rijker volgroeid hersensysteem, ja ook een grooter hersengewicht bezitten dan de lager staande. Het gemiddeld hersengewicht van den man is grooter dan dat van de vrouw, dat van de Europeesche volken circa 50 gram grooter dan dat van de Aziatische volken. Toch mag men op dezen regel niet al te veel afgaan, want in de eerste plaats zijn er te veel uitzonderingen op,

Sluiten