is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den reuk aan en de gewaarwordingen van deze beide groepen liggen fijn ineengestrengeld.

De smaakorganen zijn bijzonder onderhevig aan aanpassingsverschijnselen. Wanneer wij voor het eerst iets proeven komt ons de smaak vaak echt frisch en klaar voor, maar bij langer aanhouden gaat hij vrijwel geheel en al schuil. Het eerste trekje van een sigaar, het eerste slokje van een bepaalden drank zijn, naar bekend, meest het lekkerste. Bij zulk een aanpassing doen zich dan tegengestelde gewaarwordingen weer in sterke mate gelden. Wanneer de tong b.v. aangepast is aan een sterk bitteren smaak, en daarbij ternauwernood meer die gewaarwording bemerkt, is zij ongemeen toegankelijk voor zoet. Een zoete stof wordt dan veel intenser geproefd en genoten dan gewoonlijk het geval is. Evenzoo zullen wij, wanneer de tong ingesteld is op zoet, een zure vrucht veel zuurder vinden dan wanneer wij die zoete gewaarwordingen vooraf niet gehad hadden. Door fijne overgangen kan men op deze wijze de smaken elkander laten versterken. Daarop berust het geheim van de echte kookkunst, die erop uit is een menu aldus samen te stellen, dat elk volgend gerecht met het voorgaande harmonieert.

In combinatie heffen tegengestelde smaken elkaar op. Suiker en zout samen kunnen b.v. zoo verbonden worden dat wij geen van beide meer proeven. Er komt dan een nieuwe smaakgewaarwording, waaruit wij de bestanddeelen niet meer kunnen uitlezen. Dit verschijnsel is geheel analoog met het chemisch verschijnsel, dat bepaalde stoffen de eigenschap bezitten kunnen dat zij de werkingen van andere stoffen geheel neutraliseeren.

De beteekenis van den smaak in het geheel van ons leven is vooral tweeërlei. In de eerste plaats worden wij door den smaak tot eten getrokken ook zonder dat de honger ons er nog naar uitdrijft. De werkzaamheid van het eten die voor de instandhouding van het leven noodzakelijk is, wordt door den smaak tot een aangename bezigheid. In de tweede plaats echter hebben wij in den smaak een orgaan om goede en schadelijke stoffen van elkander te onderscheiden. Het eene eten wij gaarne, het andere wekt een zekere walging bij ons op. De smaak leert ons daarin onderscheiden. Hierbij moet evenwel worden opgemerkt dat verschillende vergiftige stoffen soms aangenaam smaken kunnen, terwijl nuttige medicijnen menigmaal haast ongenietbaar worden geacht. Geheel zuiver werkt dit orgaan dan ook niet.

De REUKGEWAARWORDINGEN worden in ons gewekt door den neus. De neusholte eindigt van boven in een langwerpige, 2 mM. breede gang, die omgeven wordt door een slijmachtig, geel verkleurd vlies, waarin de uitloopers der reukzenuw zich bevinden. Van daaruit wordt de prikkel naar de hersenen verder geleid.

Alleen gassen zijn in staat deze zenuwuitloopers te prikkelen en dus een gewaarwording bij ons op te wekken. Dit is zelfs zoo sterk dat overigens sterk riekende vloeistoffen, wanneer ze als vloeistof in de neusholte gebracht worden, door ons niet geroken worden.

Bij de dieren heeft de reuk een oneindig grootere beteekenis dan bij den mensch. Dit hangt ten deele daarmee samen dat de mensch recht op