Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats heeft de reuk een opmerkelijken invloed op ons associatieleven. Ik kan in een omgeving komen waar een bepaalde geur hangt die veel gelijkt op een reuk die ik jaren geleden in een mij zeer vertrouwde omgeving dagelijks opmerkte. In zulk een geval kan het wezen dat mijn gedachten ineens overglijden naar dien tijd en die plaats, zonder dat ik mij zelf bewust ben dat die reukgewaarwording in mij het verbindingslid vormde. Want dat is juist het eigenaardige van de reukgewaarwordingen, dat ze bijna altijd zelf onopgemerkt blijven. Ze ontgaan ons ten eenen male en toch hebben ze in stilte vaak grooten invloed in ons leven. Ieder die in het buitenland gezworven heeft kent wel de ervaring dat soms door een bepaalde geur plotseling de herinnering aan huis en ouders weer kan bovenkomen. Misschien is menige verloren zoon, die zijn vaderland allang had vaarwel gezegd, alleen door een eenvoudige, onopgemerkte reukgewaarwording, weer tot het oude leven teruggeroepen. In het bekende boek van Ds. Ulfers „Oostloorn" (blz. 323) vindt men van de kracht van zulk een reukgewaarwording een treffend voorbeeld: Als Joop in de Rotterdamsche haven de geur van Drentsche turf ruikt, bestormt hem op eenmaal het heimwee naar Oostloorn en de oude bekende omgeving.

In de derde plaats speelt de reuk een groote rol in het bepalen van sympathie en antipathie. Wij kunnen aan bepaalde menschen een hekel hebben, alleen doordat ze b.v. muf ruiken, en andere kunnen ons aantrekken door hun frischheid. In de meeste gevallen zullen wij het ons ook dan niet bewust worden, dat het de geur is die de antipathie of sympathie in ons wakker roept, maar daarom is die werking er toch wel. De reuk heeft de neiging altijd onbewust zijn werk te doen, hij is als het ware de stille kracht in ons leven, maar een kracht die vaak heel wat resultaten heeft. Dat ieder mensch zijn eigen geur heeft, kunnen wij het best aan de honden bemerken, die alleen op die aanwijzing in staat zijn een mensch te vinden. Die geur hangt als om hem heen, doortrekt zijn omgeving. Opmerkelijk is dat sommige volken (b.v. de Javanen) de gewoonte hebben, wanneer zij afscheid nemen of elkaar heel intiem begroeten willen, elkaar niet te kussen, maar hun neus dicht bij het gezicht of de hand van den ander te houden, en dan heel diep op te snuiven, om zich de geur volkomen toe te eigenen.

Zoo heeft ook dit orgaan in ons leven zijn eigen belangrijke plaats. In tijden van verkoudheid, wanneer de reukvliezen door te veel slijm niet in staat zijn een gewaarwording op te nemen, kunnen wij de hinderlijke werking vaak al te goed gevoelen. Wanneer dat al van ons geldt, die door allerlei middelen geleerd hebben deze gewaarwordingen bijna geheel te vergeten, hoeveel te meer geldt het dan van volken die dichter bij de natuur leven dan wij, die door de reuk voor vele gevaren dagelijks behoed worden.

De TASTGEWAARWORDINGEN hebben geen afzonderlijk orgaan maar kunnen over het geheele lichaam, door de huid worden opgewekt. Tusschen de opperhuid (epidermis) en de daaronder liggende lederhuid (cutis) worden de fijne uitloopers van de tastzenuwen gevonden. Daar bij een eenigszins sterken druk op de opperhuid niet alleen de plaats waar

Sluiten