is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik stom; ik ken mejuffrouw Stomp, ze is dood, misschien door blinde darm, ik weet niet of ze blind was, blinde kip, die lust ik wel, relderelderel,

ik hoor de bel " De voorstellingen fladderen, meest op de klank af

geassocieerd achter elkander aan. Even abnormaal als deze ideeënvlucht is het omgekeerde uiterste, waarbij één voorstelling zich vastzet. Bij de „idee fixe" is er te veel remming. De normale concentratie bij de opmerkzaamheid vooronderstelt een ongeremde, vrij willende houding. De bekende Ebbinghaus zei: „Het ordelijk denken ligt tusschen ideeënvlucht en dwangvoorstellingen in".

b. In de tweede plaats kan daardoor de afzonderlijke indruk een veel grootere mate van belangstelling verkrijgen dan anders het geval zou zijn. Hij wordt uit het geheel van de gelijktijdige indrukken als het ware opgeheven, uitgenomen, en afzonderlijk met opmerkzaamheid beschouwd. Vooral komt de schoonheid van deze relief-scheppende kracht uit, wanneer wij bezig zijn met intellectueele of geestelijke waarden. Dan sluiten wij ooren en oogen, wij abstraheeren ons van heel die wereld van gewaarwordingen die ook dan tot ons toestroomen, en geven onze volle opmerkzaamheid aan beelden en begrippen die door onzen geest zelf worden voortgebracht. Een treffend en opmerkelijk voorbeeld is ook dat wij bij een zelfde zaak nog onze aandacht op verschillende onderdeelen vestigen kunnen. Ik kan b.v. een kast bezien alleen uit het oogpunt van stijl, of van practische bruikbaarheid, of van kleur enz. Onze opmerkzaamheid kan door fijne analyse ook onderling samenhangende indrukken van elkaar losmaken, ieder op zichzelf beschouwen. Op die wijze kan zij voorbereiden de vorming van algemeene begrippen en oordeelen.

c. Ten derde is de opmerkzaamheid van beteekenis voor het geheugen. Naarmate de oplettendheid waarmee wij een bepaalden indruk in ons opnamen, grooter was, naar die mate houden wij hem ook gemakkelijker in ons geheugen vast. Iets kan ons onvergetelijk worden door de intense belangstelling waarmee wij het gadesloegen. Daarom nemen wij het iemand ook altijd een beetje kwalijk wanneer hij blijk geeft ons vergeten te zijn, of onzen naam vergeten te hebben. Wij gevoelen daarin een tekort aan belangstelling voor onzen persoon, dat ons eenigermate pijnlijk aandoet.

d. In de vierde plaats bewerkt de opmerkzaamheid in ons dat vroegere indrukken opnieuw worden opgewekt. Met belangstelling zie ik een schilderij, en het zien alleen al wekt in mij op allerlei herinneringen aan andere schilderijen, aan landschappen enz. Doordat de opmerkzaamheid van de indrukken van het oogenblik zulk een machtig deel afsnijdt, behoudt ze plaats open om aan het verleden een stem te geven. Door de opmerkzaamheid wordt het geheugen, wordt de reproductie aan het werk gezet.

In al deze vier opzichten bewijst zich de opmerkzaamheid als een onmisbare factor in het geheel van ons zieleleven.

Vraagt men tenslotte naar het wezen der opmerkzaamheid, dan geraken wij in een niet geringe verlegenheid. De verklaring van dit nuttig en onmisbaar verschijnsel is immers nog bij lange na niet gelukt.

Wel heeft men veelal de aandacht gevestigd op de functies van het zenuwstelsel. Het is mogelijk, en het is ook physiologisch aan te wijzen