Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen, is ook van niet geringe beteekenis. In zeer veel gevallen nemen wij de dingen haast niet in ons op, wij letten niet op de fijne nuanceeringen in hun eigenschappen, wij gaan voorbij aan hun rijkdommen, en stellen ons tevreden wanneer wij alleen geconstateerd hebben: het is dit of dat. Hoeveel menschen zijn er niet, die door de natuur wandelen, en die noch van de boomen, noch van de bloemen, noch van het zingen der vogels, noch van de schaduwen, noch van de heerlijke luchten, noch van eenig ander ding een ook maar eenigszins uitgebeelde gewaarwording verkrijgen, doordat ze terstond klaar waren toen ze geconstateerd hadden dat er boomen en vogels waren. Met die apperceptie waren ze voor zich zelf gereed.

Deze wijze van waarnemen is ongetwijfeld voor velen oorzaak van een groote verarming. Zij kunnen de schoonste schilderijen of landschappen zien, en zullen nooit uitkomen boven het constateeren. De dingapperceptie heeft elke fijnere gewaarwording verdrongen, het eigenaardige en karakteristieke van de verschijnselen ontgaat hun ten eenen male.

Ook in andere opzichten lijden wij onder dezelfde verschijnselen. Wij weten b.v. dat de lucht blauw is, dat de wolken wit zijn, dat de boomen groen en de rijpe korenhalmen geel zijn. Juist dat wij dat weten is een groot gevaar voor ons. Want nu ontgaat het ons dat de lucht zoo vaak smaragd-groen of bijna violet-blauw is, dat de wolken gouden en zilveren plekken en randen hebben, en dat in de boomen de rijkste nuanceeringen van tinten te vinden zijn. Het brons-groene tot het hel lichte bieden een wondere variatie van kleuren en schakeeringen. Ons weten kan de vijand wezen van ons zien.

Wij moeten soms onze apperceptie zoo eenigszins doenlijk uitschakelen, willen wij in de geheime schatkameren der natuur indringen. Wij mogen dan niets meer weten en moeten alles vragen, alles in ons opnemen, voor alles ons open stellen. Even goed moeten wij leeren zonder vooroordeelen andere menschen te bezoeken en te ontmoeten, opdat wij niet altijd, zij het ook onbewust, de kleine gegevens afronden tot onjuiste karakterbeelden.

In dat opzicht betaamt ons groote bescheidenheid. De wereld toont haar pracht en haar waarheid dien die onbevangen tegenover haar staat. Apperceptie is goed en noodig, maar die mensch is rijk, die zich toch bijwijlen aan de macht der apperceptie onttrekken kan, en tot luisteren in staat is.

Behalve de gewone en geregelde aanvullingen die wij in de apperceptie bij elke gewaarwording plegen te voltrekken, zijn er enkele algemeene en overal geldende apperceptievormen die wij aan een afzonderlijke bespreking te onderwerpen hebben. Zij zijn voor de vorming van ons wereldbeeld van de grootste en diepste beteekenis. Met drie verschijnselen hebben wij hier vooral te doen, de waarneming van ruimte en tijd, en de vorming van het ding-begrip. Hoewel zij feitelijk tot de apperceptie-verschijnselen gerekend moeten worden, verdient het voorkeur ze, om het gewicht der zaak, elk afzonderlijk te behandelen.

Sluiten