Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De resultaten van tabel 4 waren over het algemeen het gunstigst. Ons geheugen blijkt het sterkst te zijn voor stoffen die wij hardop lezen. Bij jongere kinderen (in de tabel kinderen van 8 en 9 jaar) schijnt evenwel het spreken weer te veel energie te eischen, en daardoor de opmerkzaamheid te schaden. Bij hen is althans het geheugen voor stoffen die zij gezien en tegelijk gehoord hebben, grooter dan dat voor die, welke zij zelf hardop gelezen hebben.

Zeer interessant was het resultaat van proeven over de verdeeling der herhalingen. Ebbinghaus ging daarbij als volgt te werk: hij nam twee reeksen van 12 zinlooze lettergrepen. De eerste van deze las hij aan een aantal personen voor, net zoo lang totdat zij ze van buiten kenden. Het bleek dat daarvoor gemiddeld 17 herhalingen noodig waren. Terstond daarna las hij ze nog 3 maal 17 = 51 maal voor, zoodat de voorlezing in totaal 68 maal herhaald werd. Het bleek toen dat 24 uur later bij de proefpersonen nog gemiddeld bijna 7 herhalingen noodig waren om te maken dat ze weer zonder fouten werden gereproduceerd. De andere reeks werd den eersten dag zoolang herhaald totdat allen hem kenden. Daarbij bleken noodig te zijn gemiddeld 17H herhalingen. Den volgenden dag werd dezelfde reeks weer voorgelezen. Toen bleken nog 12 herhalingen noodig te zijn tot het van-buiten-kennen. Den derden dag daalde dit getal tot 8Vi en den vierden dag zelfs tot 5. Daaruit bleek dus dat 68 herhalingen, onmiddellijk na elkaar, minder gunstig effect hadden dan 1734 + 12 + 8Vi — 38 herhalingen over drie dagen verdeeld. De groote besparing die verkregen kan worden door een bepaalde leerstof over enkele dagen te verdeelen kwam daardoor voortreffelijk uit. Het spreekt vanzelf dat dit voor de practijk groote waarde heeft. Een leerling doet het beste wanneer hij een les eerst 's avonds leert, en dan 's morgens herhaalt, net zoolang totdat hij haar goed kent.

Andere proeven wezen zelfs uit dat hoe meer wij verdeelen, des te gunstiger ook de resultaten zijn. Door Jost werd b.v. ontdekt dat reeksen van 12 zinlooze lettergrepen die gedurende 6 achtereenvolgende dagen telkens 4 maal gelezen werden, vaster ingeprent waren dan andere die gedurende 3 dagen telkens 8 maal gelezen waren, terwijl de beste resultaten bereikt werden wanneer gedurende 12 dagen telkens 2 maal herhaald werd. Over hoeveel te meer dagen wij dus de herhalingen verdeelen, des te dieper worden de sporen ingeprent.

Dit verschijnsel is niet zoo moeilijk te verklaren. Wordt een stof terstond 68 maal herhaald, dan treedt al heel spoedig de verveling en de vermoeienis op. Deze beide factoren maken dat de laatste herhalingen zoo goed als geen effect meer opleveren. De opmerkzaamheid wordt van keer tot keer kleiner, en daardoor het resultaat ongunstiger. Bij verdeeling van de herhalingen is dat natuurlijk gansch anders. Daar treden wij telkens met nieuwe kracht naar voren en worden dus de resultaten ongemeen verbeterd. Juist de eerste twee malen lezen zijn het die altijd het meest effectief zijn, doordat het psychische zich dan nog zuiver receptief gedragen kan. Het ligt in den aard der zaak dat veelvuldige herhalingen dan het meest schadelijk werken, wanneer de stof eentonig is en veel aanleiding geeft tot verveling.

Overigens heeft ook deze regel een limiet. Wanneer wij een stof leeren

Sluiten