Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de woorden krijgen daardoor eerst zin voor hen, wanneer ze in een bepaald gedachtenverband voorkomen.

Toch bestaat bij ouderen in het algemeen ook een terugtreden van de meer subjectieve en een naar voren treden van de objectieve associaties. De oudere leeft meer onpersoonlijk, minder intens, en verbergt zich meer in zijn associaties. Eigenaardig is dat juist bij begaafde kinderen de voorkeur voor subjectieve associaties vrij lang aanhoudt. Kinderen die reeds op jeugdigen leeftijd objectief associeeren, missen te veel de oorspronkelijke gedachten.

Opmerkelijk is voorts de verhouding die er bestaat tusschen associatie en gevoel. Dat het gevoel op het associatieleven invloed uitoefent, is klaarblijkelijk. Het kan daarbij als associante optreden, maar vooral ook als spheer werkzaam zijn.

Ik ben b.v. in een prettige stemming en denk terug aan een prettigen fietstocht welke ik eens maakte. Dan verwijl ik in mijn herinnering aan een prettig feestje, denk terug aan een prettigen vriend, en spring opeens over op een prettig boek dat ik voor enkele dagen gelezen heb. Altijd weer is het de prettige stemming die associeert, het gevoel zelf is de eenige associante, en wekt telkens nieuwe voorstellingen die denzelfden geest ademen. Men kan het zich echter ook anders voorstellen: ik ben in een prettige stemming en denk aan een prettigen fietstocht. Van dien fietstocht zou ik kunnen associeeren op de regenbui die erop volgde, op het standje dat ik thuis kreeg toen ik zoo laat thuis kwam enz., maar ik kan b.v. ook denken aan mijn prettigen vriend die dien tocht meemaakte. Er zijn dus allerlei associatie-mogelijkheden. Nu is het de prettige stemming die maakt dat ik niet aan de regenbui maar b.v. aan den vriend denk. Het gevoel werkt als de spheer, het is niet zoozeer associante heden" determinante; het bepaalt n.1. de richting der associatiemogelijk-

Hier raakt men tevens aan temperaments- en karakter-verschillen. Een pessimist zal op een reeks van woorden totaal anders associeeren, dan een optimist. Bij berg associeert de eerste: (een berg van) zorgen; de ander: daarentegen: een heerlijk uitzicht.

Met nadruk wijzen we er derhalve op, dat het gevoel in meerdere opzichten bij het associeeren een belangrijke rol speelt. Letten wij b.v. op de uitdrukking: bitter-koud. Welke overeenkomst bestaat er b.v. tusschen en bitteren smaak van kinine en de barre kou van een winternacht? Geen andere dan dat beide in ons hetzelfde gevoel van onlust wekken kunnen. De gelijke gevoelswaarde is de verbindingsschakel tusschen deze geheel ongelijksoortige begrippen. De gevoelstoon is ook een qualiteit van een psychischen inhoud, ik beschouw hem zelfs als een qualiteit van het object. Ik zeg b.v. dat de sneeuw bitter koud is, dat het weer mooi is enz. Evenals nu elke andere qualiteit van het object als associante kan optreden zoo kan het ook de gevoelstoon. Onze abstraheerende opmerkzaamheid kan ons in een bepaald oogenblik van een waarneming vooral of zelfs uitsluitend de gevoelstoon tot bewustzijn brengen. Daar wij reeds vroeger over deze dingen gesproken hebben, behoeven wij thans niet langer erbij stil te staan.

Sluiten