Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan een jubel weerklinken zoo zuiver en intens als in het latere leven nooit weer mogelijk zal zijn. De wisseling van het hemelhoog juichen en het ten doode bedroefd wezen is hier een normaal verschijnsel; vooral juist bij het zoeken naar de juiste houding tegenover arbeid, medemensch en Schepper, waarbij eenerzijds succes, eer, innerlijke vrede, vertroosting, anderzijds tegenslag en zorg, schande, gewetenskwelling en verlorenheidsbesef in het jeugdig hart de geweldigste spanningsbelevingen kunnen wekken.

ƒ. Nadat alzoo de ontwikkeling haar beslag heeft gekregen, het streefen gevoelsleven zijn volgroeid, kan men vierderlei opmerken: De gevoelens, die inmiddels opkwamen, richten zich 1. op het ik zelf; 2. op den ander; 3. op de groep of gemeenschap; 4. op het schoone en het Heilige. Ze hangen alle vier ten innigste samen, gaan vaak in elkander over of beïnvloeden althans elkander.

1. Tot de eerste behoort met name het gevoel van zelf- of eigenwaarde. Dit gevoel ontbreekt nooit, al treedt het in zeer verschillenden graad en bij ieder op andere wijze naar voren. Op zich zelf zou het betrekkelijk vlak en neutraal zijn; als gevolg echter van inperkingen en kwetsingen door omgang met den medemensch ontstaat als regel een onaangenaam gevoel van innerlijke spanning. Hieruit ontspringt direct een streven naar compensatie, naar zelfwaardeverhooging. Bewust en onbewust streeft men er naar, het verlies te herwinnen, zijn positie te handhaven. Niet een werkelijke positie zoozeer als wel één voor eigen besef; want van die zelfwaarde-positie weet of merkt een ander nauwlijks iets. Heeft men langs allerlei sluipwegen en met tal van hulpmiddelen zulk een plus-gevoel verworven, dan dreigt onafgebroken het gevaar tot een terugvallen in een minus-positie. Het streven „naar boven" na een echte of vermeende inbreuk op het zelfwaardegevoel gaat vrijwel steeds met angst gepaard. Begrijpelijkerwijze gaat het „plus" over dag meestal samen met een „minus" in den nacht. Tyrannen van allerlei slag lijden aan slapeloosheid en worden geplaagd door angstdroomen. Het „plus" is op onnatuurlijke wijze verworven, het rust niet op aanleg of verdiensten maar op een onsociaal, ja ziekelijk streven naar meer eer en waardeering dan de omgeving gelieft te geven; men acht zich gekrenkt en streeft nu naar een „positie", waarbij men het respect van de omgeving kan afdwingen.

Deze eenvoudige maar uiterst belangrijke aangelegenheid staat in het centrum van het gebied, hetwelk Adler te Weenen en Künkel te Berlijn met hun Individualpsychologie doorvorschen. Het menschelijk individu als ongedeeld wezen ziet zich van de geboorte af aan tegenover anderen, het eerst tegenover de Moeder geplaatst. De mensch is vóór alles een sociaal wezen, zoo heet het. Dies is het gemeenschapsgevoel een gave welke hij van de natuur direct meekrijgt. Inperkingen en conflicten bij ontwikkeling en opvoeding drukken het gevoel van zelfwaarde en brengen het richtig functioneeren van het gemeenschapsgevoel in gevaar. — Later komen wij uitvoeriger hierop terug.

2. De sympathie gevoelens betreffen de emotioneele relatie, allereerst tot één medemensch. We denken aan wat met het huwelijk samenhangt, aan de „sympathie" tusschen twee menschen van verschillend geslacht, aan wat de Franschen soms noemen „1'égoisme a deux". De „geslachtelijke

Sluiten