is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hysterische pijnen; in maag, hart, hoofd, longen en waar niet al. Het lichaam brengt het ik als het ware op een dwaalspoor. Bij hysterische pijngevoelens toch kan uit een nauwkeurig medisch onderzoek blijken, dat de organen tot het hebben dier gevoelens niet den minsten grond opleveren. Dergelijke „vergissingen" doorbreken den regel echter niet, maar als uitzonderingen bevestigen ze die. Bij een diagnose gaat de arts er van uit, dat de patiënt pijn heeft daar, waar deze zegt ze te gevoelen.

Psychologisch interessant, doch uitgesproken abnormaal zijn de gevallen van masochisme. Gewaarwordingen van pijn zijn verbonden met gevoelens van lust, ja van wellust. Een verschijnsel dus, waarmede men stellig moet rekenen bij het kastijden van kinderen. Het kon wel eens zijn, dat men ze er een genoegen mee verschafte.

c. Op zinlijke gevoelens heeft de opmerkzaamheid een versterkenden invloed. Doordat nerveuse menschen niet kunnen nalaten aan onlustgevoelens bijzondere aandacht te schenken, zijn ze bij hen ook sterker en lijden deze menschen onder overigens gelijke omstandigheden ongetwijfeld meer dan anderen.

d. Van alle gevoelens zijn de zinlijke het meest toegankelijk voor het experiment. Omdat de „willekeur" hier een breede plaats inneemt. Voor het experiment toch is dit een eerste vereischte. Smaak-, reuk-, pijngevoelens kan men oproepen vrijwel zoo vaak men wil.

e. Zinlijke gevoelens wijken voor affecten. Door doodsangst aangegrepen vluchten zwaargewonde soldaten naar het schijnt zonder zinlijke gevoelens te beleven.

2. De vitale of algemeene levensgevoelens.

Bij de algemeene levensgevoelens valt de mogelijkheid tot localiseeren en daarmede die van uitstraling (irradiatie) van zelf weg. Ze vervullen de gansche lichamelijke spheer. Men heeft ze wel uit de versmelting van zinlijke gevoelens willen verklaren (Wundt). Maar ten onrechte. Want hoe zou het dan mogelijk zijn, dat men pijn, veel pijn hebben kan, terwijl men zich daarnaast niettemin frisch, gezond, krachtig, fit gevoelt, of omgekeerd, dat men soms bij heerlijke spijzen, verrukkelijke geuren en in een prachtige omgeving toch mat, miserabel, down, lusteloos is. Toch wel een bewijs, dat beide gevoelskringen een eigen karakter hebben, dat ze onderling niet zoo maar herleidbaar zijn.

Wie aldoor zich zelf afvraagt: „hoe voel ik mij nu?" is er slecht aan toe. Hoe minder aandacht men schenkt aan zijn vitale gevoelens des te beter. Het is, zegt Scheler, alsof ze in het donker het voordeeligst gedijen, alsof de koesterende en heilzame werking der verborgenheid door het licht der opmerkzaamheid maar al te gemakkelijk wordt verstoord.

„Willekeur" neemt hier een beperktere plaats in dan bij de zinlijke gevoelens. Zeer zeker kan wijn het levensgevoel opwekken, kan koffie melancholiek stemmen, kunnen allerhande medicamenten tijdelijk de vitale gevoelens beïnvloeden. Maar dat alles blijft binnen enge grenzen beperkt. — Hetzelfde geldt van de wilskracht, die hier evenzeer een niet te onderschatten rol kan spelen. — Het zinken van het levensgevoel bij ziek, vermoeid of oud worden, noch ook het stijgen ervan bij herstel heeft men ten slotte naar believen in zijn hand.

De levensgevoelens vormen de basis voor de sympathiegevoelens. Niet Zielkunde 14