Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pas genoemde rij bijv. slechts twintig maal gelezen, dan zal bij het aanbieden van het woord „fan" en de instructie te rijmen allicht zonder veel inspanning het woord „pan" volgen. Leest men echter gedurende zes achtereenvolgende dagen twintigmaal deze rij woorden, dan zal bij de instructie: „rijmen!", of: „omkeeren!" na het toonen van het kaartje met het woord „fan" het volgende, geassocieerde woord „gel" niet gemakkelijk te onderdrukken zijn. De neiging, het geassocieerde woord te reproduceeren, vormt de hindernis, die de wil moet nemen. Met die neiging tot associeeren strijdt het voornemen, vlug te voldoen aan de instructie, die elk moment te verwachten is. De sterkste van die twee zal overwinnen. Door vele herhalingen met gewijzigd materiaal en veranderde instructies meent Ach, lettend op het aantal treffers en fouten, een weg gevonden te hebben tot het vaststellen en meten der wilssterkte.

Ach's proeven verdienen vermelding voornl. als voortreffelijk pionierswerk. De meeste latere wilsonderzoekers gingen al corrigeerend van zijn arbeid uit. Volmaakt was dit nog allerminst, immers

a. Ach's experimenten meten niet den wil, maar de verhouding tusschen de sterkte van tweeërlei associaties of van tweeërlei tendenties, de tendentie n.l. om te associeeren aan het volgende woord van de reeks en de determineerende tendentie, welke van de opdracht, van de taak uitgaat. De gewoonte-associaties, ontstaan door het instudeeren der woordenreeksen, stellen zich tegenover de opdracht-associaties, welke bestaan in het noemen van een rijmwoord of iets dergelijks bij het vertoonen van een kaartje met één der lettergrepen.

b. tal van p.p. blijken zich innerlijk zoo gemakkelijk en volledig van de vooraf gelegde associaties te kunnen losmaken, dat deze niet in het minst een weerstand vormen bij het direct voldoen aan de te verstrekken opdrachten.

c. het eigenlijke, primaire willen, het besluit en de willende houding liggen bij Ach's proeven, op den keper beschouwd, buiten het experiment. Ze liggen in de periode van voorbereiding en worden daar als een „ik wil" beleefd; juist wanneer het er op aan komt, volgt slechts een simpele juiste of onjuiste associatie.

Met dat al was toch door Ach de weg gebaand en met steeds scherpere onderscheidingen en doelmatiger proefconstellaties volgden de experimenten van Michotte en Prüm, van Selz, Lewin, Lindworsky, Kathe Gies e.a. De laatste gebruikt bij haar onderzoek ergografen en soortgelijke instrumenten. Het zijn eenvoudige, half- en kwartcirkelvormige gradenbogen, waarlangs de p.p. met weinig of geen inspanning een veerenden graadwijzer kan rondbewegen. De vooroefeningen bestaan in de hanteering van het apparaat, in het willekeurig draaien van den wijzer over de scala. De daarna volgende opdrachten zijn velerlei: de wijzer plaatsen precies op 90°, op 60°, op 45°, terug op 90° etc. etc. De uiterst eenvoudige proeven zijn zoodanig ingericht, dat het geheele wilsproces: het overleg, de keuze, het besluit, de wilsinstelling, de willende houding (resp. de uitvoering) binnen het experiment valt. Als eerste p.p. deden academisch gevormden dienst: professoren, doctoren en studenten. Na elke proef deden ze nauwkeurig schriftelijk verslag van hun belevingen en stelde men de resultaten vast. Bijzonderlijk accentueerden zij in het protocol de beteekenis van het

Sluiten