Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34. Besluit. De verschillende terreinen.

Naast elkander gesteld hebben wij tot nu toe vijf terreinen: gewaarwording, mneme, verbinding, gevoel en wil. Vermogens hebben wij ze niet genoemd, wel hebben wij gemeend de verschillende groepen van psychische verschijnselen tot deze vijf te kunnen herleiden. Ook hebben wij er hier en daar den nadruk op gelegd dat deze onderscheiding altijd (zooals elke onderscheiding in psychische zaken) iets kunstmatigs heeft. Het psychische laat zich nu eenmaal ongemeen moeilijk in vakjes indeelen, en wanneer wij voor ons wetenschappelijk onderzoek een bepaalde rubriceering niet absoluut noodig hadden, was het misschien veel beter zich er in het geheel niet aan te wagen. In elke waarneming liggen immers al wilsfactoren (opmerkzaamheid), al associaties (apperceptie) enz. Een waarneming, waarin niet mneme, verbinding, gevoel en wil verbonden zijn, is eigenlijk een onding. Evenzeer kunnen wij over het mnemische, datgene wat in onze ziel van vroeger bewaard gebleven is, niet beschikken dan door middel van associatie, reproductie. Het mnemische sluit zich dan ook onmiddellijk aan aan het associatieve, het een is niet zonder het ander te denken. Eindelijk zijn gevoel en wil met elkander op het allernauwst verwant, waar ze beide rusten in de groote natuurlijke instincten, zonder welke geen van beide bestaan kan. Op deze wijze grijpt het een telkens op het ander in, men moet zich geweld aandoen telkens weer desniettemin het een tegenover het ander te begrenzen.

Toch is zulk een begrenzing niet alleen nuttig, maar ook buitengewoon noodzakelijk. Want al is het een met het ander verwant en vaak in het ander begrepen, daarom zijn ze nog wel van elkander onderscheiden. Het is juist de majesteit van ons denken dat het opzichzelf samenhangende verschijnselen kan analyseeren en abstraheeren, en daardoor de groote lijnen in de schepping opmerken. Want niet alleen in de ziel, overal in de wereld liggen de terreinen naast en in elkaar. Dat is de moeilijkheid waarop wij telkens in al onze wetenschap stuiten. Het denken zoekt de vastheid, zoekt het scherp omlijnde, omdat het zonder die lijnen aan de werkelijkheid geen houvast kan krijgen, omdat het maar al te gemakkelijk in verwarring zou kunnen eindigen.

Wat nu de vijf werkzaamheden der ziel aangaat, waarover wij gesproken hebben, het valt niet moeilijk daarin nog weer bepaalde groepeeringen te treffen. Zoo kan men allereerst de verschillende werkzaamheden groepeeren naar het doel dat er mee beoogd en bereikt wordt. In dat geval krijgt men een schema dat er aldus uitziet:

Cognitieve werkzaamheden. Emotioneele werkzaamheden,

a. Gewaarw., b. mneme, c. verbinding, d. Gevoel.

Voluntatieve werkzaamheden.

e. Wil.

Deze groepeering naar het doel heeft ongetwijfeld daarom te meer waarde, omdat inderdaad in het psychische het doel een zeer wezenlijk element in elk verschijnsel is. Niemand zou op de gedachte komen b.v. de dierenwereld in te deelen in eetbare en niet-eetbare dieren, omdat

Sluiten