Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu eenmaal de al of niet eetbaarheid van een dier voor ons wel een zeer belangrijk, maar voor het groote geheel toch vrij onbeduidend verschijnsel vertegenwoordigt. Maar bij het psychische liggen de dingen anders. Daar is het doel een moment in elk verschijnsel, men kan elk verschijnsel naar het doel beoordeelen; het teleologisch gezichtspunt is binnen het psychische niet alleen toelaatbaar maar zelfs geboden.

En deze groepeering is dan bovendien ook daarom van zoo groot belang, omdat ze het geheel van het psychische overzichtelijk maakt. Het is zoo duidelijk dat de ziel moet kennen om te willen, en dat het kennen eigenlijk vanzelf tot een willen wordt. Terwijl het emotioneele als waardeerende functie met zijn ja en neen, bevorderend of remmend, animeerend of waarschuwend daarbij steeds aanwezig is. Ge gevoelt het zoo dat daarmee alle mogelijkheden zijn uitgeput. De ziel is öf actief öf passief, ze is öf ontvangend öf gevend, ze is öf in zich opnemend of scheppend, ze is öf vrouwelijk öf mannelijk. In die twee is de psychische mogelijkheid en werkelijkheid uitgeput. De ziel assimileert zichzelf aan de wereld (in haar wereldbeeld) öf ze assimileert de wereld aan zichzelf (in haar daden naar buiten). Logisch is er geen derde te denken. Het is hier het groote logische Entweder-oder. Een derde bestaat er niet.

Toch hebben wij, zooals wij vroeger reeds aangaven, tegen deze indeeling inzooverre bezwaar, als zij niet kan nalaten verwarrend te werken. Ze vat op zichzelf heterogene werkzaamheden samen onder een begrip dat wel teleologisch zuiver gedacht is, maar aangaande den aard der werkzaamheden eigenlijk niets zegt. Ze is te eenvoudig, en daarom te moeilijk in de practijk. Haar moeilijkheden schuilen niet in het breede, wijsgeerig overzicht, maar haar zwakheid ligt daar, waar wij vanuit die twee willen afdalen in de concrete, psychische werkelijkheid. Juist daarom vinden wij het zuiverder van die grootere verscheidenheid uit te gaan, en daarbij alleen onmiddellijk te noteeren dat ten opzichte van het doel die vijf werkingen der ziel zich nog weer tot enkele klassen laten samenvatten.

Zoo blijven er dan vijf verschillende verrichtingen der ziel.

In elk van deze vijf verraadt zich ook een eigenschap van de ziel zelf. Elke actie veronderstelt een qualiteit, of liever, elke actie is een practisch toegepaste qualiteit. Die twee liggen overal en dus ook in het psychische, in elkander besloten.

De ziel is in de eerste plaats ontvangende. Daarin verraadt ze haar ongenoegzaamheid. Ze brengt de volheid van haar leven niet zelf voort, maar ze ontvangt haar. Ze kan niet zonder die wereld gedacht worden. Uit die wereld vloeien haar al de rijkdommen toe, die ze voor haar bewustzijnsleven van noode heeft. Deze ongenoegzaamheid ligt als een erkenning in elke gewaarwording besloten. Evengoed als elke ademhaling een erkenning is van de physieke behoefte, zoo is ook elke gewaarwording een belijdenis van de psychische armoede.

De ziel is in de tweede plaats bewarende. Daarin verraadt ze haar identiteit, haar duurzaamheid. De werkelijkheid waarmee ze te doen heeft wisselt wel, maar zij staat boven die werkelijkheid. Zij overspant verleden en heden, en laat het verleden het heden doordringen. Dat zou

Sluiten