is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verschillende methodes die ons hier ten dienste staan zijn vooral de volgende:

1. Ten eerste hebben wij winst te doen met de resultaten der psychiatrie. Psychiatrie dan in den ruimeren zin des woords. Er zijn namelijk ook onder de schijnbaar zielsgezonden velen die geestelijk onevenwichtige en onharmonische menschen zijn. Ook op hen wordt in onzen tijd meer het oog geslagen, vooral op de scholen. De studie op dit gebied is vaak uitermate leerzaam voor ieder die de zielkunde op dit terrein volgen wil.

2. Ten tweede kunnen wij gebruik maken van het historisch gegeven materiaal. De goede romans, drama's, levensbeschrijvingen, bekentenissen enz., geven ontzaglijk veel materiaal dat vooral voor het verstaan van de psychische synthese van de grootste beteekenis moet geacht.

3. Voorts kan ook het experiment hier nieuw licht verschaffen. Men kan enquêtes organiseeren, men kan zich vergewissen van bepaalde correlaties. Stellen wij b.v. onder elkaar verschillende eigenschappen die op onderscheidene psychische terreinen liggen:

Gewaarwording: Opmerkzaam — Onopmerkzaam.

Snelle apperceptie — Langzame apperceptie.

Zuivere apperceptie — Vaak onjuiste apperceptie.

Mmeme: Goed geheugen — Vergeetachtig.

Herinnering sterk — Goed geheugen met weinig herinnering.

Verbinding: Visueele voorstellingen — Acoustische voorstellingen. Krachtige associaties — Losse associaties.

Overwegend intuïtief —Discursief.

Scherpzinnig — Diepzinnig.

Gevoel: Sterk gevoelsleven — Weinig gevoelsleven.

Overwegend ego-sent. — Vooral sexueele, sociale, religieuze sent. Eén grondstemming — Ups en downs.

Wil: Vastheid van wil — Onzekerheid van wil.

Sterke wil — Slappe wil.

Wij noemden hier slechts enkele, deden slechts hier en daar een greep. Men kan zich de vraag stellen of er tusschen deze verschillende eigenschappen bepaalde correlaties bestaan. Heeft iemand met een sterk gevoelsleven b.v. meer kans onjuiste appercepties te maken dan anderen? Heeft de intuïtief als regel een bepaald gevoelstype of wilstype? Kortom, bestaan er zekere wetmatigheden, of zijn het alles slechts toevallige combinaties? Natuurlijk is het niet zoo eenvoudig zulke proeven te organiseeren. Men moet medewerking hebben van psychologisch geschoolde menschen. Niettemin kan men dus ook langs den weg van enquête en experiment indringen in het zielssysteem, in de hoogere eenheid die de onderdeelen samenbindt.

De gedachte der synthese komt vooral daarin uit, dat wij geen enkele Zielkunde ..