is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. Evenwel; bij de verhouding tot den medemensch neemt de geslachtelijke liefde een zeer bijzondere plaats in. Het eigensoortige is zoo opvallend, dat een afzonderlijke bespreking wel gewenscht is. Achtereenvolgens komt alzoo aan de orde:

1. Liefde en sexualiteit: de aandrift, welke in dienst staat van voort¬

planting, tot voortbestaan van het menschelijk geslacht.

2. Liefde tot zich zelf: de aandrift tot individueele zelfhandhaving, tot

het bewaren der zelfwaarde.

3. Individu en gemeenschap: de aandrift tot samenleving, de aange¬

boren behoefte tot gemeenschap met den naaste.

4. Mensch en religie: alle behoeften, neigingen enz., die berusten op

het verlangen naar God.

* *

*

39. Liefde en sexualiteit.

De sexualiteit wordt door de psycho-analytische school opgevat als een zinnelijk instinct, als een hartstocht die den mensch als stoffelijk wezen alleen eigen is. Wel kan bij wijlen de sexueele liefde zulke teere vormen aannemen dat het direct zinnelijk moment er bijna volkomen in schuil gaat. Ook kan de zinnelijke liefde zich zelfs richten op geheel andere objecten, en dan b.v. de vormen van vaderlandsliefde of religie aannemen. Toch zijn al deze verschillende verschijnselen niet anders dan sublimeeringen van het eene sexueele instinct, en dat sexueele instinct zelf is van nature zinnelijk.

Wanneer wij over sexualiteit spreken, zullen wij dit begrip eensdeels enger en ander er zij ds ook weer ruimer moeten opvatten. Enger moeten wij het nemen, omdat wij vaderlandsliefde en religie allerminst wenschen te beschouwen als „sublimeerings-vormen" maar als zelfstandige verschijnselen van geheel anderen oorsprong. Ruimer moeten wij het begrip sexualiteit evenwel nemen, omdat wij het niet als alleen biotisch opvatten doch ook een geestelijk moment erin aanvaarden. Anders uitgedrukt: datgene wat wij üefde noemen, is niet een verfijnde vorm van geslachtsdrift, maar omgekeerd, de zinnelijke neiging is van huis uit en behoort ook te zijn de uitdrukking van de geestelijke liefde.

In het vervolg van onze besprekingen zullen wij die twee elementen uit elkaar moeten houden, en dus afzonderlijk moeten spreken over het sexueele in engeren zin, waarmee wij dan het hartstocht-element op het oog hebben, en het ideëele moment, de aaneensluiting van twee personen, de liefde. De Duitscher heeft voor dit laatste het mooie woord: „WirBildung", de twee ikken lossen zich op in een wij. Aanvankelijk bepalen wij ons tot enkele opmerkingen over het sexueele in engeren zin.

Ontwikkeling. De eerste vraag welke wij daarbij ontmoeten is die, of wij bij het kleine kind van sexualiteit mogen spreken. Freud en zijn leerlingen zijn van oordeel dat zelfs bij het kleinste kind sexueele ver-