is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neigingen, verlegenheid, zin om te dwepen, nerveusiteit, en tal van andere verschijnselen meer duiden de innerlijke gespannenheid aan. Het conflict dat hier gestreden wordt bestaat vooral tusschen het zichzelf handhavend besef van de zelfheerlijkheid, en de donkere machten die van anderen oprijzen, en die nog zoo moeilijk nader te begrijpen zijn. Tegenover de uitenwereld neemt het kind een al meer schuchtere houding in, het verbergt zich bij voorkeur voor zijn ouders, en begint een eigen, verborgen leven te koesteren, waarvan niemand weten mag. Het aanwassend besef van minderwaardigheid, van slechtheid zoekt compensatie in de behoefte naar waardeering, naar het voor-vol-gerekend-worden.

Aanvankelijk poogt zich het kind tegen deze spanningen te wapenen. De onverschilligheid tegenover het andere geslacht die aan de vorige periode eigen was, leidt nu menigmaal tot afkeer, vijandschap. Feitelijk keert zich het kind daarin alleen tegen zichzelf, het gevoelt als intuïtief dat het zijn zelfgeslotenheid moet prijs geven om zich als het ware restloos aan anderen, aan een ander weg te geven. Die doorbrekende drang drytt tot mtieme vriendschapsverhoudingen, tot werkelijke intimiteit tegenover vrienden en vriendinnen, maar niet meer zoo sterk tegenover de ouders. Het schijnt alsof er van de geslachtelijke neutraliteit, die aan het sexueele leven in de eerste periode eigen was, nog iets is overgebleven. In de verhouding tot den vriend vindt het kind nog algeheele evrediging, er treedt zelfs gemakkelijk een sexueel moment daarin naar voren. Toch rijst allengs zegevierend omhoog de drang tot het andere geslacht, die van dat oogenblik af aan niet meer te keeren is.

■tj? ■ j6t me'S^e onderSaat in <üt tijdperk een groote verandering. De wildheid, jongensachtigheid, treden op den achtergrond, en de specifiek vrouwelijke neigingen beginnen te overwinnen. Vooral de onbewuste zin om te coquetteeren, om de nog sluimerende hartstochten in de jongensziel wakker te roepen, door afwisselende vriendelijke toenadering en souvereine teruggetrokkenheid, ontwikkelt zich merkwaardig snel. De spottende glimlach van het uit-de-hoogte-neerzien prikkelt het toch al gespannen zelfheerlijkheidsgevoel van den jongen in hooge mate. De drang naar groote daden, naar stormachtige overwinningen vervult zijn gemoed, hij moet zich meten met anderen. En de eerste die als slachtoffer van zijn overwinningsdrang vallen moet, is het meisje. Hetwelk overigens van het begin af aan haar onbewuste opzet was. Dit is zoo ongeveer het raam waarin zich de meeste eerste liefdesbetrekkingen plegen af te spelen.

Tegelijkertijd ontwikkelt zich in deze periode en daarna de sexueele phantasie. In de phantasie zoeken allerlei tendenties naar bevrediging die voorloopig in werkelijkheid nog geheel onvervuld moeten blijven Vooral de zuiver zinnelijke tendenties tasten naar een uitweg. Deze sexueele phantasieen zijn soms nog zeer vaag, eentonig, met weinig inhoud. Aan de eigenlijke geslachtsdaad komen zij niet toe. In lectuur bioscope enz. wordt naar materiaal gespeurd, dat de voorstellingen voeden kan Schijnbaar onbeduidende bijzonderheden kunnen aan de ontwikkeling der phantasie vaak een geheel andere richting geven. Vooral

abnormale degeneratieve neigingen, zoeken uitsluitend in de phantasie hun bevrediging.