is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij kort tevoren zijn ouder broertje ook dood had zien liggen. Daar zij bijzonder veel van dat neefje hield, was het niet zeer waarschijnlijk dat zij het dood zou wenschen. Bij nader onderzoek bleek het volgende: zij had vroeger bij die oudere zuster in huis gewoond en daar een professor ontmoet, van wien zij veel was gaan houden. Haar zuster had een verloving echter verhinderd, en van dat oogenblik af kwam de professor daar weinig meer aan huis. Toen Freud aan haar vroeg wat er gebeurd was na den dood van het neefje, bleek dat zij bij het doodkistje den professor weer voor het eerst na langen tijd ontmoet had. Onbewust lag dus achter haar droom de begeerte hem weer te spreken, maar deze wensch verborg zich op die vreemde wijze, door zich uit te drukken in iets wat zij juist niet wenschte. (Die Traumdeutung S. 111.)

Droomen behoeven dus uitleg, ze zijn geschreven in een geheimtaal. Wel kunnen wij er zeker van zijn dat het onbewuste er achter verscholen is, maar het is soms zeer moeilijk dat nader aan te wijzen. Freud noemt deze ombuiging die in den droom gebeurt, de verschuiving, d. w. z. de scène in den droom is niet de rechtstreeksche weergave van de gedachte van het onderbewuste, maar is om een geheel ander middelpunt gegroepeerd (in dit geval om den dood van het neefje, terwijl de professor in den droom niet eens voorkomt).

Naast den droom is ook de verspreking of kleine foutieve handeling van beteekenis. Zelfs het toevallig verliezen van een voorwerp heeft meest nog een dieperen achtergrond. Ook in dergelijke onwillekeurige handelingen werkt het onderbewuste. In zijn Psychopathologie des Alltagslebens geeft Freud een menigte van voorbeelden.

Met andere woorden: het verdrongen complex is wel van het hoofdtooneel verbannen, maar achter de coulissen zet het zijn bestaan krachtig voort. Telkens weer, op de meest ongelegen momenten tracht het zich te openbaren. Het is als een kwajongen die de kamer uitgestuurd is, en nu van buiten af met steentjes tegen het raam gooit of op andere hinderlijke wijze zijn aanwezigheid bewijst.

Korte samenvatting der Psychanalyse.

De voorafgaande bladzijden geven een vluchtige idee van de wordingsgeschiedenis en van enkele grondgedachten der psa. Bij deze weinige bijzonderheden mogen we het evenwel niet laten. De machtige invloed toch, welken Freud met z'n leer heeft kunnen uitoefenen, rechtvaardigt op zich zelf reeds een eenigszins breedere beschouwing. Daar het in de bedoeling ligt, de psa. aan critiek te onderwerpen, is een nadere zakelijke uiteenzetting niet maar gerechtvaardigd, doch bepaald geboden.

We willen niet stilstaan bij allerlei kleinere en groote wijzigingen of inconsequenties, welke Freud's theorie in haar ontwikkelingsgang vertoont. Men vergete niet, dat Freud vóór alles arts was en is gebleven en dat hij derhalve er naar streefde, begrippen en onderscheidingen zoodanig te formuleeren, dat ze practisch bruikbaar en gemakkelijk hanteerbaar waren bij het navorschen van bepaalde ziekteverschijnselen. Of een bepaalde gedachtenopzet in dit opzicht nuttig was, dus heuristische waarde bezat, vond Freud belangrijker dan de vraag, of hij theoretisch consequent bleef. Rondweg verklaarde hij, dat hij wel eens van gedachte veranderde.