is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d.w.z. er ontbreken voorstellingen, die blijkbaar verzwegen werden, die althans bij het associeeren niet vrijkwamen. Dit niet vrijkomen wijst op een verborgen weerstand. Het is de taak van den arts, deze weerstandshouding te overwinnen. Daartoe is noodig, dat de patiënt zich in vertrouwen aan den arts geheel overgeeft. Er ontwikkelt zich een soortgelijke betrekking als tusschen gehypnotiseerde en hypnotiseur. Vaak komt het dan ook voor, dat de patiënt bepaaldelijk wenscht, gehypnotiseerd te worden, hetgeen de arts echter meestal als een weerstandshouding beschouwt, en waarop hij dus niet ingaat. — Gelukt de behandeling, dan is het eind van het lied, dat de patiënt van vermeende schuldgevoelens en angst, alsmede van neurotische symptomen is bevrijd. De verborgen ziekteverwekker immers is onthuld en daarmede onschadelijk gemaakt. In gunstige gevallen betreffen de veranderingen den geheelen mensch: de energieën van het „Es" worden beweeglijker, het ik-ideaal wordt verdraagzamer, het ik wordt vrij van angst en in zijn normale, samenbindende functie hersteld.

Jammer voor de psa. gelukt de behandeling zeer vaak niet. Volgens Freud ligt de oorzaak der mislukkingen niet bij de psa., doch in de structuur der patiënten. Hun neurosen „zijn narcistisch van aard". Het karakter van die neurosen brengt mee, dat de gewenschte relatie van patiënt tot arts niet kan tot stand komen. En natuurlijk kan men dan geen genezing verwachten. Ongetwijfeld een zeer belangrijke beperking der genezingsmogelijkheden.

Critiek op de Psychanalyse.

In de uiteenzetting der psa., die wij hiermede besluiten, hebben we ons zooveel mogelijk bij Freud's eigen bewoordingen aangesloten. Wie ons schematisch overzicht te kort vindt en de dingen precieser wil weten, die zij verwezen naar Freud's „Theoretische Schriften" (1931). Bedoelden wij met het voorafgaande een eenigszins behoorlijk inzicht in de grondbeschouwingen der psa. te verschaffen, zoo lag daarbij toch de gedachte voor, niet meer bijzonderheden te geven dan de lezer noodig heeft voor een juist begrijpen der thans volgende critische opmerkingen. De geweldige invloed en kracht, welke van de psa. uitging, kan misschien uit niets duidelijker blijken dan uit den aard en de veelheid der critiek, die zij ontmoette. Is het niet gemakkelijk in enkele bladzijden een beknopte, objectieve weergave te formuleeren van de leer zelf, moeilijker is het nog, een juisten kijk te geven op de aanvallen, die zij te verduren kreeg.

Men moet niet klakkeloos de bewering nababbelen, dat de psa. zuiver empirisch zou zijn, dat de geheele hypothesenconstructie op ervaring zou rusten. Freud zelf gelooft dit niet eens. Tenminste acht hij het naar eigen uitspraak een verdienste, wanneer „de speculatie, het leidsel der ervaring", den wetenschappelijken denker nooit verlaat. En inderdaad; de speculatie verlaat Freud geen oogenblik; ze leidt hem bij de ervaring zóó, dat hij al hetgeen hij ziet en feitelijkheid acht te zijn precies weet in te passen in zijn evolutionistisch naturalisme.

Bij herhaling hebben psychanalytici zich tegen critiek op hun leer verdedigd met de opmerking: „Het succes bepaalt de juistheid van een theorie en buitenstaanders hebben geen recht van spreken, want om de psa. te