is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten, vier streepjes en vier kwartcirkels, zijn er en verder is er niets. Evenwel is het geen som, geen „en-verbinding". Men vindt het getal 8 niet terug; men neigt ook niet tot tellen, maar komt er veeleer toe te denken aan een gezicht of een vollen maan. Men ziet direct een gestalte. De samenvoeging of constellatie is zoodanig, dat de structuurdeelen in de gestalte „beteekenis", „zin" krijgen. De deelen zijn een teeken geworden voor een mond, een neus, twee oogen. Door het geheel, door de totaliteit wordt de zin der deelen bepaald. Van de elementen uitgaande — denk aan geval a of b — komt men niet tot een „beteekenis". Vooronderstelt men de gestalte in haar geheel, dan kan men daarna ook reeds bij de structuur onder c denken aan oogen, mond of neus.

Laat men bij een som of „en-verbinding" als onder a één of meer der deelen weg, dan mist niemand iets. De overige deelen blijven onveranderd en zwijgzaam tegenover de rest. Zuivere en-verbindingen zijn zinloos, mechanisch, toevallig, zonder structuur, zonder innigen samenhang. Een duidelijke „en-verbinding" vormen bijv. 3 steenen: 1 in Afrika, 1 in Australië en 1 in Amerika (voorb. van Kohier), of 3 steenen, die niet te dicht bijeen in dezelfde straat liggen.

Anders staat het met de gestalte. De deelen staan allerminst onverschillig tegenover elkander. Lieten we in de laatste figuur een deel weg, bijv. een oog, dan zou men het onmiddellijk missen en willen aanvullen. De gestalte is een zinvol geheel. Het geheel is meer dan de som der deelen. Het geheel verleent aan die deelen hun beteekenis.

Tusschen de „zuivere" gestalten, zooals de cirkel er één is, en bijv. het gezicht, dat u in den spiegel ziet, ligt een lange scala van mindere en meerdere gestructureerdheid, van „menigvuldigheid". We zeiden het reeds, de zuiverste gestalte is tevens ook de eenvoudigste, de armste. De cirkel is de armste, het menschelijk gelaat wel de rijkste.

Een goed voorbeeld van een „dubbele gestalte" levert ons het bekende vexeer- of zoekplaatje. Er is op zoo'n plaatje een wirwar van lijnen, krassen en krullen, welke tezamen bij den eersten oogopslag bijv. een boschweg te zien geven. We hebben niet een chaos van gewaarwordingselementen, maar zien direct een beeld, een „gestalte". Blijkens het opschrift boven het plaatje wordt men uitgenoodigd, den jager te zoeken. Na korter of langer wenden en speuren vinden we plotseling de gewenschte figuur. Strepen, welke in het landschap als takken, bladeren, wegrand e.d. zinvolle structuurdeelen vormen, wippen om en krijgen in een secundaire, ingevlochten gestalte de beteekenis van armen, beenen, een geweer. Van de gestalte komt men tot de leden, van het geheel tot de deelen.

ƒ. Nog zijn we hiermede niet aan het einde der inleiding. Wat voorafging betreft „beelden" die wij zien; ze liggen geheel en al op het terrein der waarneming. We moeten nog een stap verder en wel een zeer belangrijke. Ze voert ons in zekeren zin van de verschijningsvormen naar de zijnsvormen. We bedoelen het organisch geheel of de totaliteit.

Een teekening hiervan te geven is niet mogelijk. Dat zou weer een gestalte worden als onder c. Een organisch geheel is niet een gestalte, maar levert om zoo te zeggen gestalten, produceert ze. Gestalten zijn formeel, het zijn verschijningswijzen; totaliteiten — we gebruiken dit Zielkunde 23