is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenuwstelsel is dermate beperkt, dat ze het voedsel slechts langs directen weg opmerkt; bij den hond is het zóó, dat hij in het „veld" den omweg + het voedsel als één gestalte vat. Tot het hebben van deze gestalte is hij wel, de kip niet voldoende georganiseerd.

Van algemeene bekendheid zijn Köhlers onderzoekingen betreffende de intelligentie van apen. Een chimpansé heeft „geleerd" met een stok een banaan vóór de tralies buiten zijn hok naar zich toe te halen. De geheele constellatie „aap-stok-banaan" is weer een systeem, waarin de aap een deel „van hooge zelfstandigheid" is. — De stok wordt weggelaten. In de kooi bevindt zich echter een boom. Is het dier „dom", dan kan het de banaan niet bereiken, is het intelligent, d.w.z. is het verder uitgegroeid, fijner georganiseerd, tot hoogere gestaltedispositie gerijpt — dan breekt het een tak van den boom en haalt daarmede de vrucht naar zich toe. — Köhlers interpretatie van dit geval is ongeveer aldus: De boom is een gestalte en de tak een gestaltedeel. — Aap-(stok)-vrucht is een tweede gestalte, een gestalte evenwel met een „leemte", want de stok ontbreekt. Voor de intelligente aap wordt de tak tot stok; d.w.z. de stok houdt op deel van de boomgestalte te zyn en springt over in de „leemte" van de gestalte aap-(stok)-vrucht. — Het is als bij de optische gestalten op het zoekplaatje; ook daar springen meerdere deelen over, uit het landschap in de jagersgestalte. Wat daar echter in het waarnemingsveld gebeurt, gebeurt hier in het dynamische systeem: organisme + veld; betreft het daar een zien van gestalten, hier gaat het om een structuur, waarin de aap „een deel is van hoogere zelfstandigheid".

Op soortgelijke wijze beschouwt men den mensch. Ook hij is zulk een deel van hoogere zelfstandigheid in een „veld", met reactievormen welke bij het „systeem" passen. Reacties niet in den zin van het hebben en verwerken van gewaarwordingselementen of bewustzijnsinhouden of van een streving of van een som van die alle, maar reacties in den zin van een algeheele verandering van den habitus, van gedrag, van willen, streven, voelen in structuursamenhang, reacties als dynamische uitwerking in de deelen bij verandering van het systeem.

In het bijzonder is de mensch deel en lid in het met elkander met andere menschen. Het samenspelen van kinderen, het samenwerken en samenleven van volwassenen zijn sprekende gevallen van normale aanpassing bij steeds wisselende evenwichtsverhoudingen. Dat daarbij taal en gebaar een belangrijke rol spelen, springt in het oog. M. Scheerer bespreekt in zijn algemeen aanbevolen maar vrij moeilijke werk: „Die Lehre von der Gestalt" (1931) het geval van een Tartaar, die onder Hongaren in krijgsgevangenschap raakte. Op geen enkele manier vermocht de gevangene zich in de vijandige omgeving verstaanbaar te maken, te meer niet, omdat men aan de andere zijde slechts booze gezindheid toonde. Zulk een „systeem-onevenwichtigheid" kan onmogelijk lang stand houden. De evenwichtsverstoring leidde op den duur dan ook tot een surrogaat-evenwicht, tot een aanpassing op lager, abnormaal niveau: de Tartaar ging lijden aan paranoia, een geestesziekte, die zich kenmerkt door waanvoorstellingen, bij weinig of geen afwijkingen van intellect en geheugen.

Het blijkt alzoo, dat de gestaltepsychologische methode ook dat gebied