Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat gehouden is na het vertrek der uitheemsche Godgeleerden. In de officieele uitgave der Acta Synodi wordt over deze nazittingen zelfs geheel gezwegen. Geschiedschrijvers uit vroeger tijd maken van deze Nahandelingen öf nauwelijks gewag, öf bepalen zich, na de uitgave der Post-acta in 1668, tot een letterlijke herhaling van wat daar te lezen staat. En met de geschiedschrijvers uit onzen tijd is het niet veel beter. Om slechts één voorbeeld te noemen: Glasius wijdt in zijn Geschiedenis der Nationale Synode, bestaande uit twee deelen, elk driehonderd pagina's groot, aan de nazittingen slechts tien bladzijden.

Onverklaarbaar is dit verschijnsel zeker niet. Wat aan de Synode van Dordt haar luister gaf, was de tegenwoordigheid der uitnemende Godgeleerden, die uit alle deelen der Gereformeerde Kerk waren saamgekomen, om de leer van Gods Souvereine genade, het cor ecclesiae, tegenover het nakroost van Pelagius te handhaven. In de schaduw van den onovertroffen dogmatischen arbeid, dien onze Vaderen aan de vaststelling hunner Canones hebben besteed, is de beteekenis der nazittingen, toen het Gereformeerd concilie in een nationale Synode werd omgezet, en men zich meest bezig hield met onderwerpen van kerkrechtelijken aard, bijna verdwijnend klein. Vergeleek Bogerman in zijn slotrede de kerk bij de maan, die beurtelings wast en afneemt J), men zou. om in dezelfde beeldspraak te blijven, kunnen zeggen, dat de Synode bij hare Nahandelingen stond in het laatste kwartier.

Maar wat vergeleken bij dien reuzenarbeid op dogmatisch gebied van gering belang schijnt, wint aan beteekenis, wanneer men het op zich zelf gaat beschouwen. Gedurende deze „nazittingen" is menige beslissing genomen, die diep heeft ingegrepen in het volgend tijdperk der Gereformeerde Kerken; en ook al waren aan de Post-acta geen acta voorafgegaan, dan nog zou de Synode van Dordt geenszins als de minste in de rij harer zusteren staan. Men vergete toch niet, om slechts op enkele voorbeelden te wijzen, dat gedurende deze nazittingen de Gereformeerde

') Acta Synodi Dordracenae, 1620, ed. Elzevier, t. I, p. 328.

Sluiten