Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teerden ter Synode op de Provinciale Synodes uitgebracht l), ook al is het te betreuren, dat slechts een dezer rapporten, n.1. dat van Drente's afgevaardigden, in zijn geheel is bewaard gebleven 2).

II. Berichten van leden der Synode en ooggetuigen.

i. Aanteekeningen der Nederlandsche afgevaardigden. Voetius deelt ons mede, dat de meeste leden der Synode geregeld aanteekeningen hielden van hetgeen op de Synode verhandeld werd 8). En door Leydekker weten wij dat nog in zijn dagen (17 °5) verscheidene van deze aanteekeningen moeten aanwezig geweest zijn. Vermoedelijk zijn thans de meeste verloren gegaan. Althans het Journaal door Voetius gehouden4), en waarover Glasius en Reitsma spreken, alsof het nog bestond, is, volgens het getuigenis van Voetius ijverigen biograaf, spoorloos verdwenen 3). Evenzoo schijnt verloren geraakt te zijn het journaal van Caspar Sibelius, dat nog in het begin dezer eeuw op het Stedelijk Archief van Deventer berustte 6). Het eenige thans nog bekende

') Het rapport van Noord Holland (Reitsma, Acta der Prov. Syn. II, p. 66 en v.v.) verspreidt licht over enkele gravamina op de Dordtsche Synode behandeld; dat van Gelderland (1. c. IV, p. 326, 7) is zeer onvolledig; dat van Zeeland moet schriftelijk door Faukehus zijn ingediend, maar is in de Acta niet opgenomen (1. c. V, p. 171); dat van Friesland (1. c. \ I, 277) vermeldt niets bijzonders; dat van Utrecht (1. c. VI, p. 408 en 421 v.v.) geeft licht over enkele zaken op de Dordtsche Synode behandeld; dat van Groningen (1. c. VII, p. 393 en vv.) is een der uitvoerigste, maar geeft weinig meer dan copieën uit de Acta authentica.

') Kist en Rooyaards, Arch. voor Kerkel. Gesch. VI, p. 189 en vv.

') Voetius, Pol. Eccl. t. IV, p. 239.

/) Voetius sPreekt °ver dit Journaal, Pol. Eccl. t. IV, p. 60 (de eenige plaats, waar hij er een stuk uit meedeelt), p. 239 en Disp. Sel. t. V, p. 605.

5) A C. Dukek, G. Voetius, I, p. 284 noot. Een deel van dit Journaal is bewaard in de praefatio door Matthias Nethenus, geschreven voor de Opera omnia van Amesius, 1668, nl. hetgeen handelde over de twistzaak van Maccovius.

6) Catalogus der Handschriften berustende op de Athenaeum-Bibliotheek te Deventer, 1892, p. 53 (het is het daar aangegeven ontbrekende 3e deel). Onder het afdrukken van dit werk bleek mij, dat Prof. Tydeman, die dit handschrift het laatst gebruikte bij zijn levensschets van Sibelius (zie Godgel. Bijdragen, Dl. XXIII, 2e Stuk, 1849), het in zijn bezit hield ; uit diens nalatenschap ging het over in de boekerij

Sluiten