is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brieven in het licht hebben gegeven. In de verschillende kerkelijke archieven en bibliotheken (vooral in de Gabbemacollectie van het Prov. Friesch Genootschap) schuilen nog vele brieven van Contrarem. uit dien tijd, die nog niet genoegzaam zijn doorzocht. V. d. Tuuk's biographie over Bogerman toont, hoeveel hier nog te vinden is, ook met het oog op de Dordtsche Synode 1). Wat Gabbema uitgaf, levert voor de Dordtsche Synode weinig op 2).

Voorts zijn van belang voor dit onderwerp :

h. Lettres, Memoires, et Negociations du Chevalier Carleton (traduit de 1'Anglais), 1759, in 3 deelen 3). Niet alleen, omdat Carleton zelf zoo'n groot aandeel had aan de kerkelijke beweging dier dagen, maar ook, omdat men daar verscheidene brieven vindt van den bisschop van Landaf etc.

5. Werken en biographieën van lede?i der Synode. Ook deze bron, die hier slechts aangeduid kan worden, zou bij nauwkeurig onderzoek blijken winstgevend te zijn. Zoowel in de werken van leden der Synode, die later zijn uitgegeven, als in hun biographieën door tijdgenooten, komen meedeelingen omtrent de Synode voor, die voor de geschiedenis der Synode van belang zijn. Inzonderheid zij daarbij het oog gevestigd op :

a. de Polïtia Ecclesiastïca van G. Voetius, welk werk vol is van herinneringen aan de Dordtsche Synode 4).

b. de Opera Omnia van A. WALAEUS, inzonderheid op het Vita Walaei, voor de uitgave van 1647 geplaatst en geschreven door diens oudsten zoon Johannes Walaeus 5), en op de brieven van Walaeus zelf, die na de opera dogmatica volgen.

*) Zoo deelt ook Dr. H. W. Ter Haar in zijn dissertatie over J. Trigland een nog onbekenden brief van dezen over de Synode mede.

2) Gabbema, Epistolarum. Centuriae tres.

) De oorspronkelijke Engelsche editie, die zeer zeldzaam is, kon ik niet gebruiken.

4) A. Duker geeft in zijn levensbeschrijving van G. Voetius, 1.1, p. 285, enkele plaatsen op, waar over de Dordtsche Synode gesproken wordt, maar er zijn veel meer. Vooral van belang zijn t. I, p. 869; t. II, p. 117, 125, 318; t. III, p. 559, 580 sqq., 728 sqq.; t. IV, p. 24, p. 34—74, p. 86, 87, p. 239—250, p. 359, 360.

) J- D. de Lind van A-Vyngaarden, Antonius Walaeus, p. 3, noot 1.