is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Item Quae pagina 137 referuntur de Baptismo in casu necessitatis,

Et causa Maccoviana pag. 119, de quibus partim in Synodo Nationali Dordrechthana, partim a Deputatis ad relectionem Actorum contractorum

Statutum Est

Si DlARlUM hoe unquam excudendus sit, ut haec quae supra enumerata sunt, in editione prorsus omittantur, neque ulla illorum fiat mentio. Quod si tarnen Ecclesiam ullam praegnans aliqua urgeat necessitas (de qua judicabit Classis Synodi Nationalis, cum iis pastoribus, quibus claues Synodalis arcae fuerunt commissae) exemplum Actorum horum aut illorum petendi, ei hoe ipsum non denegabitur.

Quod DlARlUM nobis a Scribis Synodi Nationalis exhibitum, Nos Deputati Ecclesiarum Reformatarum ad Revisionem Actorum Synodi Nationalis contractorum, testamur idem esse, quod in Synodo Nationali fuit praelectum, ad cuius exemplar acta contracta fuerunt examinata et collata. Ita testamur nomine omnium.

Actum Johannes, Polyander, S.S. Theologiae Doctor

Hagae Comitum A°. MDCIX ac praeses Conventus Hagiensis.

XV Novembris. Balthasar Lydius M.F., Actuarius 1).

Een week later, 22 November, kwamen de Gedeputeerden opnieuw saam en begaven zich nu naar de Generale Staten om daar de reeds genoemde stukken schriftelijk te overhandigen, waarbij zij dringend verzochten, dat „het historisch verhael metten eersten, gelyck de Canones, in druck vuytgegeven worde, om dat de geheele Synodus Nationalis sulcks heeft goet gevonden, ende de geheele werelt hiernae verlangt, ende dat vrienden ende vyanden geoffenseert sullen werden, soomen nyet jn 't licht brengt, 't geene gebesoigneert is jnde saecke vande Remonstranten, ende lichtelyck sullen comen te vermoeden, dat wy ons schamen onser handelingen mette selvige, ende dat onse parthye mogelyck meer

*) Oud Syn. Archief I, 17, O. Deze Cautio is ook afgedrukt in het Archief voor Kerk. Gesch. III, p. 662, 3.