Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervaardigen, opdat deze aan de Generale Staten tot een blijvend aandenken aan de Synode zouden worden aangeboden 1).

Voor een deel blijkt dit uit de memorie, die zij tijdens hun tweede vergadering te 's Gravenhage 9 November 1619 naar de Generale Staten zónden met het drieledig verzoek: vooreerst, dat de Generale Staten orde zouden stellen op de overlevering van de origineele papieren der Dordtsche Synode; ten tweede, dat D. Damman de copieën, door hem van deze originalia gemaakt, aan de Generale Staten zou mogen overhandigen, en ten derde dat de Generale Staten de kosten van het maken dezer copieën zouden vergoeden 2).

De Staten Generaal wisten blijkbaar geen beter middel om spoed achter deze zaak te zetten, dan te besluiten, dat zij „op alle dese pretensien souden disponeren nae behooren, soo wanneer alle de originale stucken ende papieren mette copien des Synodi Nationalis alhier ter vergaderinge sullen syn ingebracht" 3).

Het „geld was steeds een machtig middel in de handen der Generale Staten om hun bevelen te doen gehoorzamen. Ook nu hielp dit middel. Toen de gedeputeerden „in minder getal" 14 November te 's Gravenhage saamkwamen, verscheen daar S. Damman, die hun de meeste origineele stukken der Synode, destijds onder zijn berusting, overhandigde 4). Zij waren gebonden in vier boeken A, B, C, D, waarbij nog enkele losse stukken waren gevoegd, rakende de twistzaak van Maccovius, en voorts de gravamina der prov. synodes. Blijkens het uitvoerige register, dat toen door Balthasar Lydius, scriba der Reviseurs, werd opgemaakt, en door hem als „bewijs van ontvangst" werd geteekend en bij

') Dit blijkt uit de ie en 2e memorie in de Res. der Gen. St. van 8 en q Nov. 1619. Bijlage II, No. 5, 6.

8) Bijlage II, No. 6.

') Res. der Gen. Staten van 9 Nov. 1619.

*) Dit blijkt uit Bijlage III, No. 1. Damman heeft echter niet alles, wat hij had, overhandigd, want onder zijn nalatenschap bevonden zich nog verschillende officieele bescheiden der Synode, zie pag. 3.

Sluiten