Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hage plotseling het verloren gewaande handschrift der Post-Acta (in het Latijn) teruggevonden, straks met goedkeuring der Generale Staten in het licht gegeven en daarna in het Hollandsch vertaald. De legende der verloren Post-acta was daarmede uit.

Eerst in 1822 hebben Ypey en Dermout in de breede aanteekeningen op hun Kerkgeschiedenis de oude legende weder opgerakeld. Met een beroep op vele Classicale en Synodale resolutiën uit de tweede helft der 17e eeuw, poogden zij aan te toonen, dat het Latijnsche handschrift der Post-Acta, dat in 1667 in de Synodale kist te 's Gravenhage teruggevonden werd en (naar zij moesten toestemmen) met Hommius' eigen hand geschreven was, toch niet de authentieke Post-Acta waren maar een latere Latijnsche vertaling. Het origineel, dat in het Hollandsch gesteld zou zijn, zou door Hommius om onverklaarbare redenen bij de overgave der stukken in 1623 achterwege zijn gehouden, en dat stuk zou in 1664 door de Classis van Bolsward zijn teruggevonden en aan de Friesche Staten ter hand gesteld, die het ter griffie deponeerden. Later zou dit authentieke stuk spoorloos zijn verdwenen, zonder dat men zelfs wist wat er in stond, zoodat de authentieke Post-acta nog altoos zoek zouden zijn 1).

P.n weer een geheel andere voorstelling geeft Reitsma in zijn Geschiedenis der Hervorming, die wel volkomen naar waarheid meedeelt, dat Hommius in 1623 niet een copie, maar het origineel der Post-acta naar Dordrecht zond, maar nu voorts de zaak nog ingewikkelder maakt door te beweren dat dit (Hollandsche) origineel te Dordrecht ot te s Gravenhage is verloren geraakt, waarom dan ook de oorspronkelijke Post-act^i in het archief niet meer waren te vinden. Men zou toen in Friesland een Latijnsche vertaling van de Post-acta hebben gevonden en deze naar het Archief hebben overgebracht om het verloren geraakte origineel te vervangen. \ olgens Reitsma is dus juist het in Friesland gevonden handschrift bewaard gebleven en raakte het Hollandsche origineel te Dordt of te 's Gravenhage weg 2).

) Ypeij en Dermout, Gesch. der Ned. Herv. Kerk, II, aant. p. 273—279. Latere schrijvers namen meest deze voorstelling over.

a) Reitsma, Gesch. der Herv. p. 200, 226, 252.

Sluiten