is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke autographa (de kladnotulen en het afschrift der net-notulen) in het Archief der Staten van Friesland spoorloos verdwenen zijn l), is deze „copie dus alles wat wij van de „autographa der Post-acta" in Friesland gevonden over hebben 2).

Deze „copie" is echter niet de eenige van de Hollandsche Post-acta, ook al is zij, gelijk van zelf spreekt, de meest authentieke. In verschillende andere archieven vindt men eveneens copieën van deze Hollandsche Post-acta, waarvan ik verscheidene met de bovengenoemde copie vergeleken heb. Zij zijn :

1 °. twee copieën in het archief van het Provinciaal Kerkbestuur van Utrecht (Catalogus van het Oud-Syn. Archief, p. 146, No. 14, 15). Het eerste exemplaar (No. 14) is slordig overgeschreven, geheele woorden en zinnen zijn soms overgeslagen. Het heeft echter in zooverre waarde als het een datum draagt. Onder den naam van Hommius staat in een krul 1647.3.28 (A). Het tweede exemplaar is blijkbaar naar het eerste gemaakt, maar is hier en daar verbeterd geworden (B). De Hollandsche Post-acta, die in 1665 te Zutphen in het licht zijn gekomen (zie p. 17) zijn, zooals bij vergelijking terstond blijkt, naar deze gebrekkige Utrechtsche copie uitgegeven ; dat de uitgave van Utrecht herkomstig was blijkt trouwens reeds daaruit, dat er aan toegevoegd zijn extracten uit de Synode te Utrecht in 1619 gehouden enz. (C).

20. een copie in het Rijksarchief, zich bevindende in de verzameling afschriften van de acta der Zuid-Holl. Synodes, vroeger behoord hebbende aan de Staten van Holland (D). Deze copie is zonder eenigen twijfel de meest zuivere, stemt meestal met de I' riesche copie overeen en verbetert haar soms.

3°. een copie in het Rijksarchief in den foliant van L. van

) Reeds Ypeij en Dermout, 1. c II, Aant. p. 279, deelen mee, dat zij vruchteloos naar de originalia gezocht hebben. Evenzoo is de poging van Rogge (De Navorscher, II, P' en XVI, p. 210) mislukt om ze te vinden. En bij persoonlijk onderzoek bleek het mij, dat bijna alle stukken van de Staten van Friesland tot op het einde der XVII eeuw door slordigheid der vroegere Archivarissen zijn verloren gegaan.

) Ik liet haar daarom als de meeste authentieke naast den Latijnschen tekst der Postacta afdrukken.