Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhouding tusschen deze beide Praesides aldus: de taak van den Praeses Politicus (of externus, gelijk hij hem noemt) is: ordinem et securitatem tueri, turbationes arcere, xraxrous autoritate sua compescere, decretorum executionem politicam curare, consiliis suis synodales actiones promovere; de taak van den Praeses Ecclesiasticus (of internus), dat hij synodum aperit et praeliminaribus praemissis ad agenda synodalia se confert x).

Wat nu de Synode zelf betreft, deze werd gerekend te bestaan uit de verschillende afgevaardigden der Provinciale Synodes en uit de Professoren in de Theologie, welke laatste ook als membra Synodi werden beschouwd en mede stemrecht hadden 2). Het corpus der Synode was daarbij verdeeld in 11 colleges; de professoren vormden één college, voorts de afgevaardigden der Provinciale Synodes ook elk één, en eindelijk de afgevaardigden der Waalsche Synode. Deze colleges vergaderden na de gewone zittingen afzonderlijk, behandelden de voorgestelde punten en brachten dan op de volgende vergadering allen, meest schriftelijk, hun judicium uit. Gestemd in dien zin, dat hoofd voor hoofd de namen der leden werden afgeroepen, werd meestal niet. De Generale Staten hadden bij resolutie van 15 Nov. 1618 bepaald, dat er gestemd moest worden als college en wel in deze volgorde: i°. het moderamen; 20. de professoren en 30. de afgevaardigden der Prov. Synodes naar rangorde. Alleen wanneer het ondoenlijk bleek als college tot eenstemmigheid te komen, mocht tot hoofdelijke stemming worden overgegaan 3). In sommige gevallen, vooral in het begin der Synode, geschiedde de

') Voetius, Pol. Eccles. t. IV, p. 201. s) Voetius, Pol. Eccles. t. IV, p. 197.

s) Res. der Gen. Staten van 15 Nov. 1618. Heyngius deeit ruede dat 12 Nov. 1618 een voorvergadering gehouden is met de gedep. der Gen. Staten, waar: 11 gehandeld werd de modo auspicandj Synodum, de ordine Sessionis, de Sufïragijs, quae capitatim ferenda, si deputatorum Synodorum provincialium non sit vna sententia, si vero conveniat collegialiter ab uno aliquo nomine omnium proponenda, et sic numeranda, ac si singulj suam sententiam dixissent (p. 15). Zie voorts ook Voetius, Pol. Eccl. t. TV, p. 243 : cum Synodales ad plerasque, praesertim quae Remonstrantismum concernebant, non capitatim sed collegiatim plerumque responderint, sive scripto, sive viva voce.

Sluiten