Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschied was, bedoelde niet een nieuwe Kerkenorde te ontwerpen (waarom het dan ook eigenlijk onjuist is te spreken van de Kerkenorde van Emden, Dordrecht, Middelburg en 's Gravenhage), maar alleen om de Kerkenordening, die sinds 1571, na op de Synode van Emden voor het eerst vastgesteld te zijn, in onze Kerken gold, te herzien of er iets te verbeteren viel (Dr. F. L. Rutgers, De geldigheid van de oude Kerkenordening der Nederl. Geref. Kerken, p. 10 en v.v.). Toch was er ditmaal bijzondere aanleiding, om dit te doen, daar de Kerken verschillende gravamina (zie de grav. van Zuid-Holland N°. 10, van Noord-Holl. N°. 26 en 35, van Overijssel N°. 15 en van Drente N°. 2) hadden ingezonden over de Kerkenordening als zoodanig. De kerken hadden in de eerste plaats daarmede te kampen, dat de Kerkenordening te 's Hage vastgesteld, nog altoos niet door de Generale Staten was gesanctioneerd, en in de tweede plaats dat dientengevolge in de verschillende provinciën geen eenparigheid in dit gewichtig stuk bestond. Vandaar dat de inhoud der ingezonden gravamina ten opzichte der Kerkenordening een dubbelen wensch uitdrukten, i°. dat er een eenparige Kerkenorde voor alle provincies zou vastgesteld worden, en 20. dat deze Kerkenorde door de Staten Generaal zou worden goedgekeurd. De Staten Generaal, die natuurlijk van deze gravamina reeds vóór de Synode saamkwam, kennis droegen, hadden met het oog daarop in hun secrete instructie voor de polit. gedep. bepaald: „Soo het ook gebeurde, dat met toestemminge van de geheele Synode goedtgevonden wierde, om soo veel als doenlijk bij d' eenstemmigheit in de leere eenerhande Kerkenordeninge te beraemen, ofte voorstellen, worden onse voorschreve Gecommitteerden gelast en bevolen, daer op soo goeden en sonderlingen regard te nemen, dat daer in bij generale voorstellinge ofte resolutien niet gekrenkt, ofte geswakt werden der respective Provinciën recht en gerechtigheid en gebruik, tegens Godts woordt niet strijdende" (Brandt, Hist. der Re/. III, p. 22). Het was dus volkomen correct, dat de praeses Politicus het onderwerp der Kerkenorde reeds in de eerste zitting der na-synode aan de orde stelde 1).

') Heyngius deelt desaangaande niets meer mede dan in de officieele acta staat.

Sluiten