Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkelijk gebruik geworden; men wisselde de personen meestal af (cf. Voetxus, Pol. Eccl, t. III, p. 527).

2. Deputaten Synodi. Ook dit artikel is aan den invloed der Zuid-Hollanders te danken. Reeds op de Zuid-Holl. Synode van 1579 was de vraag besproken, of het niet noodig was, geregeld „deputaten" der Synode te benoemen (Reitsma, ActaderProv. Syn. II, p. 181) en weldra had men niet alleen in Zuid-Holland maar ook in de meeste andere provinciën jaarlijks zulke gedeputeerden benoemd. Toch volgden enkele provincies, o. a. Zeeland, dit gebruik niet, en het is daarom te begrijpen dat de Generale Synode ook op dit punt „eenparigheid" bevorderen wilde, door een artikel over deze deputaten in de K. O. op te nemen. Ongetwijfeld zullen daartoe wel hebben meegewerkt de uitnemende diensten, die juist deze deputati Synodi in den Arminiaanschen strijd aan de Kerken in Zuid- en Noord-Holland hadden bewezen. Noord-Holland ging dan ook in dit opzicht geheel met het advies van Zuid-Holland mede: „Op het tweede, nogende de deputatos synodorum particularium, de resolutie onses Synodj brenget mede, dat men soodanige Deputatos behoort te stellen ende syn oock int laetst voorleden Jaer tot Enkhusen op een nieu Deputati onses Synodi gestelt (Heyngius, p. 202). Een tweede motief, waarom de Synode dit nieuwe artikel in de K. O. bracht, zal wel geweest zijn, dat zij het noodig keurde, de bevoegdheid dezer Deputaten nauwkeurig te omschrijven, niet alleen om den laster van H. de Groot tegen te gaan, die deze gedeputeerden voor interreges uitmaakte in zijn Pietas Ordinum, p. 112, maar ook om te voorkomen, dat metterdaad uit deze gedeputeerden een kerkelijk bestuurscollege zich ontwikkelde (cf. Hooyer, Oude Kerkenord. p. 440 en Voetius, Pol. Eccl. I, p. 112 en v.v.).

Het is voorts opmerkelijk, dat de Synode niet is ingegaan op den voorslag der Zuid-Holl. Synode van 1591, om ook vaste Deputaten der Generale Synode te benoemen. De reden hiervan blijkt uit het afkeurend advies der Noord-Hollandsche Gedeputeerden: „Aengaende ten derden het stellen van Gedeputeerde des Synodi Nationalis sulx achten wy onnoodich, deu yle tot het besorgen van die dingen, die in deese Eerweerdige

Sluiten