is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Kerken niet oplegde, maar in hare vrijheid liet, gelijk de Drentsche afgevaardigden volkomen juist de bedoeling der Synode weergeven: „Dat de correspondentie onder benaberde Synoden goet gefonden werde: nochtans vry sin sall" (Archief voor Kerk. Gesch. VI, p. 197).

Waar de Generale Synode na 1619 uitbleef (en het is de vraag, in hoeverre de gemakkelijkheid van dit hulpmiddel oorzaak is geworden, dat de Kerken de behoefte aan den normalen toestand van een Generale Synode minder dringend gevoelden) is deze correspondentie allengs onder bijna alle provinciën (Drente en Zeeland deden alleen, om licht te begrijpen oorzaken, niet mede; zie Reitsma, Gesch. der Kerkherv. p. 253, 4) gewoonte geworden. Wie de acta der provinciale Synodes tegen het einde der 17e eeuw doorleest, vindt daar de namen van al deze correspondenten en de vermelding van de besluiten door de andere Synodes genomen.

4. Artikel VIII. Het spreekt wel van zelf, dat vooral in de dagen der Reformatie vele ongestudeerde personen tot den Dienst des Woords werden toegelaten, waar de gelegenheid tot studie aan een Universiteit ontbrak. Het Convent van Wezel en de Synode van Emden trachtten eenige opleiding aan deze ongestudeerde personen te geven door de „private proposities", waarin zij zich oefenden in het preeken onder toezicht der predikanten (Rutgers, Acta der Mat. Synoden, p. 19 en 86), maar het eerste officieele besluit, dat over hun toelating tot den Dienst des Woords werd genomen, is Art. 21 van de K. O., te Dordt in 1574 vastgesteld, waar reeds dezelfde eischen werden gesteld als in 1619 nl.: i°. godzaligheid en ootmoedigheid; 20. de gave van welsprekendheid ; 3 °. goed verstand en de gave van discretie (onderscheiding). De volgende Synodes lieten dit artikel weder weg, wel met het oog op de sinds opgerichte Universiteit te Leiden, waardoor in de behoefte aan Dienaren des Woords voldoende werd voorzien. Toen in den tijd der Remonstrantsche troebelen de Universiteit van Leiden suspect was, kwamen de „ongestudeerde predikanten" opnieuw aan de orde en is daarom door de ZuidHollandsche en Geldersche Synode een gravamen over dit punt

9