is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als moederformulier van ^.lle volgende kan beschouwd worden, bevat twee deelen, die in alle andere formulieren terugkeeren: i°. een verklaring van instemming met de belijdenis; 2°. een belofte, dat men aan die belijdenis zal vasthouden en alle dwalingen daartegen strijdende, zal verwerpen.

In het begin van 1610 is door de Classis Buren een nieuw formulier opgesteld, waarin dezelfde belofte en verklaring voorkomen, maar waarin thans uitdrukkelijk de ketterij van Arminius genoemd wordt. Van meer belang is, dat de Classis bovendien van de proponenten een antwoord eischte op de volgende vragen: „ i. Of t' gene sy geantwoort hadden op de voorgestelde Vragen in 't examen by hem geantwoort was in goede conscientie, sonder dobbelheyt of schalckheyt. 2. Soo sy in eenige stucken begonsten te twijfelen, of anders te gevoelen, dat sy sullen ghelooven 't selve niet uyt te breyden, noch by hem te houden, maer datelick met den Classe te communiceren, die hem sal soecken te voldoen. 3. Of de Classen hem in syn goetduncken niet en konde voldoen, dat hy sich sal houden gesuspendeert van den Kercken-dienst, ter tijdt toe dat de swarigheden ende geschillen, die in de Kerken geresen zyn, geslecht sullen wesen" (Wtenbogaert, Kcrck. Hist. Dl. III, p. 219). Hiermede werd aan de verklaring en belofte omtrent de belijdenis een nieuw element, blijkbaar ontleend aan Art. 47 der Haagsche K. O. (Rutgers, Acta der Nat. Syn. p. 498), toegevoegd, nl. de eisch, dat men, bij twijfel omtrent de leer, dezen twijfel alleen zou meedeelen aan de Classis en zich aan haar oordeel zou onderwerpen op poene van suspensie.

In hetzelfde jaar heeft ook de Zeeuwsche Synode, gehouden te Veere 17—27 Mei 1610, een onderteekeningsformulier ontworpen, dat staat afgedrukt in de acta dier Synode (Reitsma, Acta, V, p. 105, 6). Vergelijkt men dit met het Alkmaarsche en Burensche, . dan blijkt, dat het Alkmaarsche formulier vrij is gevolgd, maar dat in de onderteekeningsformule bovendien is opgenomen hetgeen de Classis Buren afzonderlijk vroeg, nl. de belofte, dat men zijn dubia alleen zou voorstellen in de Classis (of Synode). De Zeeuwsche Synode zette er bovendien nog een schroef op, door in het formulier als slotbepaling den eisch te voegen, dat de predikant bereid moest