is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Synodo nationali tot Dordrecht gehouden, Anno 1578 goed gevonden was, dat elck een Synodus particulier maecken soude". En Hommius, de ijverige voorbereider der Dordtsche Synode heeft niet eens, maar herhaalde malen, gelijk hij aan Symeon Ruytinck meldde, met de Generale Staten er over gesproken, of dit verzuim niet te herstellen was. Om „politieke redenen achtten de Staten het echter niet wenschelijk een officieele uitnoodiging aan de Nederlandsche kerken in Engeland te zenden; men vreesde daardoor het misnoegen van Jacobus op te wekken, die namens de Engelsche Staatskerk afgevaardigden naar de Dordtsche Synode gezonden had en zeker niet gaarne zou zien, dat de Staten nu ook een uitnoodiging richtten tot de presbyteriaansche kerken, die in Engeland alleen getolereerd werden. Hommius kreeg na veel onderhandelens alleen dit gedaan, dat de Staten last gaven aan hun gezant te Londen om de Nederlandsche kerken in Engeland officieus te laten weten „gratum fore 111. Ordinibus, si suos quoque deputatos ad . . synodum ablegent. . sed ut hanc rem ipsae Ecclesiae. . veniam a Regia Majestate impetrent." In Londen was men hiermede echter niet tevreden. Deze „beschrijving" kwam „te laat' en was „niet volcomen , gelijk Ruytinck terecht opmerkte. Vandaar dat men besloot, de benoemde afgevaardigden niet te zenden, maar alleen Carolus Liebaert (Werken der Marnix vereen. Serie III, Deel I, p321—328). Hij kreeg twee instructiebrieven mede; de eerste voor het geval, dat de Synode hem toeliet, waarbij de gravamina der Engelsche kerken waren gevoegd, met het verzoek deze in elk geval te behandelen; en de tweede voor het geval, dat de Synode noch hem, noch de gravamina der Engelsche kerken officieel in ontvangst wilde nemen. Toen Liebaert te Dordrecht aankwam, zonder dat koning Jacobus hiertoe consent verleend had, heeft Bogerman met de Engelsche afgevaardigden een private conferentie over dit moeilijke geval gehouden, gelijk Voetius uit vertrouwde bron te weten kwam, waarvan de uitslag was, dat aan Liebaert de raad werd gegeven, niet op de Synode te verschijnen en zijn credentiebrieven achterwege te houden, opdat de toorn van Jacobus niet tegen hem en de Nederlandsche kerken