is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Engeland werd opgewekt. Liebaert gaf aan dien raad gehoor en woonde wel de zittingen der Synode bij, maar op een aparten stoel gezeten; zijn naam werd onder de leden der Synode niet opgenomen, en meestemmen mocht hij niet (Voetius, Pol. Eccles. t. IV, p. 359, 360). De eerste instructie (men vindt haar afgedrukt in de Werken der Al. V. t. a. p.) verviel daarmede, maar de tweede heeft Liebaert aan Bogerman 1) ter hand gesteld, en het is op deze instructie dat de aanteekening van Heyngius ziet. Zij luidde aldus: ..

Omnibus has lecturis salutem in Domino.

Cum nostra maxime intersit nostram ecclesiam pro Nationalis Synodi membro idque non minimo agnosci praesertim cum non modo antiquitate cum reliquis ecclesijs certet, sed et instar matris belgicis ecclesijs fuerit, ut quae ecclesiasticam suam disciplinam ex ea hauserint: quaeque ejusdem (non secus ac corporis membri) munificentia non raro refectae fuerint: visum fuit Synedrij nostri fratribus non curiositatis, sed necessitatis quodam impulsu, ad nationalem Synodum mittere reverendum nostrum fratrem Dominum Carolum Liebartium verbi Dei ministrum, ac Ecclesiae nostrae seniorem, ut tum de quibusdam gravaminibus cum fratribus privatim conferat, tum petat ne neglectus nostrarum ecclesiarum nobis praejudicio sit: verendum enim ut si omni jurisdictione ecclesiastica exempti censeamur, conformitatem cum belgicis ecclesijs diu servare possimus. Quo modo vero quod metuimus praecaveri possit prudentissimo fratrum consilio committimus: Deumque omnis sapientiae fontem ac largitorem rogamus, ut omnes sacrae synodi actiones dirigat ad nominis sui gloriam et regni Christi propagationem. Datum Londini sub ecclesiae nostrae sigillo postridie Iduum Decembris, stylo Angliae, 1618.

Synedrij nostri nomine, Joannes Regius.

(J. H. Hessels, Ecclesiae Londino-Batavae Archivum t. III, p. I. p. 1274 N°. 1775). Toen Bogerman dit verzoek aan de Synode

*) Het origineel bleef later onder de papieren van Bogerman berusten. Een copie bevindt zich in een collectie brieven te Utrecht, waarvan E. v. d. Tuuk bij zijn studie over Bogerman gebruik maakte, zie aldaar pag. 242.