Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is vooral aan den invloed der Noord-Hollandsche afgevaardigden te danken geweest, dat de Synode toch besloten heeft, op de aanklacht in te gaan en de beweegreden daartoe was niet alleen, dat de Geref. Kerk te Kampen, bij langer uitstel, gevaar liep verwoest te worden, maar dat men (gelijk Heyngius meedeelt p. 69) hoop had, door de behandeling dezer zaak meer licht te krijgen over de eigenlijke leerstellingen der Remonstranten. Over het verder verloop der zaak op de Synode kan ik kort zijn. I oen Schotlerus en Voskuyl voor de Synode gedaagd werden, hebben zij, daarbij aanvankelijk gerugsteund door den Magistraat, allerlei uitvluchten en voorwendsels gezocht om niet te komen (zie sessie 73. Acta Synodi, p. 113; sessie 81, Acta Synodi, p. 198 en sessie 78, Acta Synodi, p. 197) ') terwijl zij verzochten, dat hun zaak verdedigd mocht worden door Goswinius en Matthisius, die ter Synode aanwezig waren en met wie zij zich homogeen verklaarden. De Synode heeft aanvankelijk een afwachtende houding aangenomen, maar toen het bleek, dat de Magistraat de Remonstranten niet langer de hand boven het hoofd hield 2), is de Synode veel strenger opgetreden en heeft zij, na advies der Polit. Gedeputeerden te hebben ingewonnen, hun nog 14 dagen bedenktijd gegund, maar indien zij dan niet kwamen, hen in hun ambt gesuspendeerd wegens contumacia (zie sessie 81, Acta Synodi, p. 198 en sessie 83, Acta Synodi, p. 199). 11 Maart 1619 was de bedenktijd voorbij en trad de suspensie dus feitelijk in, daar de geciteerden wederom niet waren verschenen (sessie 108, Acta Synodi, p. 233). Intusschen was reeds vroeger de aanklacht van Acronius aan Goswinius en Matthisius ter hand gesteld, opdat

*) De oflicieele Acta melden alleen in deze zittingen, dat er over de Kamper zaak is gehandeld. Maar uit Balcanqual's brieven en Heyngius' aanteekeningen blijkt, dat er ook over gehandeld is 11 Febr. voor den middag. Trouwens de officieele Acta zijn over het geheel over dit punt zeer sommierlijk gesteld.

2) Volgens Brandt, Historie der Reformatie, III, p. 447, was dit daaraan te danken, dat er verandering in de regeering was gekomen en de Contrarem. partij nu boven dreef. Dit is niet juist. De Kamper Magistraat is eerst „omgezet" in 1620. Veeleer vermoed ik, dat de verandering van gezindheid te danken is geweest aan sterke pressie van den Prins, die zich met de Kamper zaken veel heeft ingelaten en van diens vriend, de Overste Schmelsynk, luitenant-gouverneur van Overijssel, zie Baudartius, Mem. IX, p. 21.

Sluiten