is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legerentur in templis (Heyngius p. 130); des Zondags zou men dan zien hulp te krijgen uit naburige plaatsen. Deze zaak was echter niet zoo onschuldig als zij scheen. De beide voorlezers (zij heetten Jacob Gelin en Pieter Berents) voegden aan de voorgelezen capita lange „enarrationes" toe, door de gesuspendeerde predikanten opgesteld, waardoor de Rem. leer verbreid werd, zooals de Praeses 29 April aan de Synode meedeelde (deze voormiddagzitting wordt in de officieele acta niet vermeld; zij was geheel gewijd aan de Kamper zaken, zie Golden Remams, p. 542 en 3 en Heyngius, p. 148). Vandaar dat het moderamen 25 Maart aan den Kamper Magistraat had geschreven, dat zij dit lezen in stee van preeken zeer afkeurenswaardig vond. De Magistraat antwoordde daarop, 1 April, dat vele lidmaten verzocht hadden, dat men met het lezen mocht voortgaan tot na den afloop der Synode ; hij beloofde daarbij, dat deze leeskerken terstond zouden ophouden, zoodra de Synode over de leer uitspraak had gedaan, en dat, werden de Remonstranten veroordeeld, de Overheid ter Contraremonstrantsche preek zou gaan (Nanninga UitterdijkI.c. VI, N«. 4722 en Baudartius Memorien, XI, p. 20, 21). Deze brief is eerst voorgelezen in de voormiddagzitting van 29 April en, aangezien de beslissing over de leer intusschen reeds gevallen was, oordeelde de Praeses, dat er thans geen antwoord meer noodig was (Heyngius, p. 148). Het schijnt, dat de Kamper Magistraat zijne belofte vergeten heeft, of nog nader bescheid van de Synode heeft afgewacht (het laatste zou men daaruit kunnen afleiden, dat de Magistraat 15 Mei klaagde bij den Prins, dat hij over de vraag, of de leeskerken geoorloofd waren, nog geen antwoord had ontvangen, Nanninga Uiterdijk 1. c, VI. No. 4736), althans de leesdiensten duurden te Kampen voort. Het was daarom noodig, dat de Synode den Magistraat nog eens aan zijne belofte herinnerde. Vandaar dat zij (volgens Heyngius, p. 213) dit besluit nam: „Sall oock de Magistraet van Campen werden versocht dat haer E. gelieve volgens haere belofte, aen desen Synodum deur brieven gedaen, het leesen inde kercken overmits de ontstichtinge ende confusie daeruyt ontstaende aff te schaffen, ende voorts de ordinarise predicatie van Predicanten, die suy-