is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i. De sententie over Welsingins. Deze sententie deelt Heyngius (p. 224, 5) in extenso mede. Zij luidt: „De Synodus Nationael van de Gereformeerde kerken inde Vereenichde Nederlanden vergadert binnen Dordrecht, gehoort hebbende het versoeck Isaaq Welsingij, dienaers des Godlycken Woorts tot IIoor en, Vande Sententie der Gedeputeerden des Synodj van Noorthollandt over synen persoon uytgesproken, tot het oordeel van desen Synodo appellerende, gelet hebbende op de voors. Sententie, ende gronden derselven, opt geene de Gedeputeerde der Noorthollandschen Synodj, de Eerwaerdige ende welgeleerde D. Petrus Plancius, de oude, end D. Hermannus Gerardj dienaren des Godlycken Woorts tot Amsterdam ende Enckhuysen respeetive, tot verclaringe van deselve hebben voorgestelt, als mede opde redenen end antwoorden J. Welsingij voorss. tegen de selve, mitsgaders op het rapport ende advys vande geene die van deze Synode tot ondersoekinge van dese sake syn gedeputeert geweest, ende alles in des Heeren vrese overwegen hebbende, heeft verclaert, gelyck sy verclaert by desen, dat de voorss. Sententie der Gedeputeerden des Synodj van Noorthollant over de persoone J. Welsingij voorss. wel gefondeert is.

Doch wert de Synodus van Noorthollant vermaent ende belast, dat deselve naerder ondersocht hebbende syne suyverheyt inde leere ende daervan soo deur syne belydenisse als onderteykeninge van de Confessie end Catechismus end de Verclaringe deses Synodj, versekert synde, naerstelick te willen arbeyden, dat hy met den Magistraet ende Gemeente tot Hoorn behoorlyck versoent synde, wederom thot den kerekendienst moge worden gevordert, in soodanige plaetse, daer men sal verstaen, dat hy mette meeste stichtinge in dienst sal mogen staen. Ende met eenen oock sorge te dragen, dat hy onder des van behoorlijk onderhout soude mogen versorcht worden.

Aldus gedaen end uytgesproken in den Synodo ATationael binnen Dordrecht den 27 May A°. 1619."

Het verder verloop van de zaak blijkt uit de Acta van de Noord-Holl. Synode van 1619 en 1620. Rodingenus en Walesius weigerden de Canones te onderteekenen, werden van hun ambten