is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzet en teekenden beiden de acte van stilstand, de eerste op de Synode, de tweede voor de Heeren Staten (Reitsma, Acta der Prov. Syn. II, p. 75, 76, 80, 81, 105). Met Welsingius had men meer moeite, omdat hij zich wel bereid verklaarde de Canones te onderteek enen, „mits hij blijven mocht bij het gevoelen van D. Bullinger". De Synode kon deze clausule niet toestaan en ontzette daarom ook hem van zijn ambt. Voor de Staten teekende hij eerst de acte van stilstand, maar herriep haar later (Reitsma l.c. p. 83—88 en p. 106). Over zijn verderen treurigen levensloop zie men J. Tydeman, De Remonstr. broederschap, p. 245.

2. De twee kleinere Catechismussen. l) In de i7e zitting, toen de Generale Synode zich had bezig gehouden met de vraag, welke de beste wijze van catechiseeren was, had de Synode besloten, omdat er klachten vielen, dat de Catechismus wat moeilijk in het gebruik was voor onontwikkelden en pas beginnenden, dat de kerken voortaan drieërlei Catechismus zouden gebruiken, „ad triplicem juventutis conditionem accomodata." De eerste, die dienen zou voor de „pueri", zou bevatten de Apostolische Geloofsbelijdenis, de tien geboden, het Onze Vader, de instelling van de Sacra-

') Hoe de juiste tekst van dit besluit luidt, is niet gemakkelijk uit te maken. In de authentieke Post-acta heeft Hommius blijkbaar oorspronkelijk willen schrijven „duas illas minores Catecheses quibus Ecclesiae uti (possunt)", maar daarna heeft hij de i in een a veranderd en er van gemaakt utantur; de a is echter gevlakt en de haal van de i is nog zichtbaar, evenals de punt er boven. De Commissie, die in 1668 de Post-acta uitgaf, werd daardoor misleid en las utuntur; zoodat ook in de Hollandsche vertaling kwam te staan „die de kerken gebruiken". Deze lezing nu is blijkbaar fout, want van de twee kleinere Catechismussen, die eerst in deze zitting ter tafel waren gebracht, kon Hommius natuurlijk niet verklaren, dat zij toen reeds door de kerken gebruikt werden. Brandt (Hist. der Ref. III, p. 647) heeft dan ook verbeterd (hoewel hij de Hollandsche Post-acta van 1669 gebruikte) „die de kerken gebruiken zouden". En hetzelfde vindt men in de Friesche Post-acta, het handschrift van Renesse (E), de copie in het Oud Synodaal Archief (F) en de Fransche vertaling van Hulsius: „dom 1'Eglise se doit servir", terwijl 's Gravezande (Boekzaal der Geleerde Waereld, 1765, II, p. 294) meedeelt, dat ook in zijn copie van de Friesche Post-acta dezelfde lezing voorkwam. In de andere copieën der Hollandsche Post-acta, die ik nazag, en die alle vóór 1668, dus vóór de uitgave der Latijnsche Post-acta gemaakt zijn, staat „die de kerken gebruiken" (A, B, C, D) en evenzoo in de gedrukte Hollandsche Post-acta van 1667, in Gelderland uitgekomen. Waaraan dit te danken is, weet ik niet.